4/18/2014

Het Artikel 50 verkiezingsprogramma die de steun geniet van UKIP.

Grote leugen



We hebben veel politieke partijen die van alles beloven, maar uiteindelijk nooit deze beloftes nakomen. Niets nieuws natuurlijk; het is een van de vele redenen waarom de kiezer zo weinig vertrouwen heeft in de politiek.


Maar de VVD maakt het wel erg bont, want zij claimen een eurosceptische partij te zijn die niet in vergezichten gelooft aangaande de EU. Maar deze claim is niets anders dan een grote gemene leugen. 



Het is dus niet zo zeer dat de VVD de belofte niet kan nakomen;

 nee, de VVD WIL en kan de belofte niet eens meer nakomen.

 OMDAT:
 Afbeelding
ALDE
Guy Verhofstadt is de voorzitter van de ALDE, 
Alde is de overkoepelende organisatie waar de meeste liberale partijen in de EU zich bij hebben aangesloten ook de VVD en D66.. 
Zo is de meest eurofiele partij van Nederland (tenminste,alleen Guy Verhofstadt met de partij ALDE die er eerlijk voor uit komt)

D66, ook lid is van de ALDE.
Deze organisatie geeft dus ook stemadviezen af, waaraan de meeste aangesloten partijen en hun Europarlementariërs zich aan houden (nu zijn stemadviezen niet het grootste gevaar voor de VVD, want hun voorman, Hans van Baalen, neemt vaak niet eens de moeite om te stemmen). 

VVD stemt dus bijna altijd hetzelfde als D66 in de EU. De VVD kiezer kan dus geen VVD meer stemmen, want een stem op de VVD bij de Europese parlementsverkiezingen, is een stem op D66, wat weer een stem is op ALDE.


Vergezichtkijker Verhofstadt
Mark Rutte heeft er hard voor gelobbyd dat Guy Verhofstadt de kandidaat moet worden voor het voorzitterschap van de Europese Commissie (nu in handen van ex-maoïst Barroso, oh the irony). 

U moet weten dat Verhofstadt wel degelijk van de vergezichten is. 

Zo wil hij een Verenigde Staten van Europa hebben, waarin soevereine landen worden afgeschaft in alles behalve naam. 
Nederland, België en zo verder worden dan niet meer dan provinciën binnen het EU imperium. 

Guy wil ook één taal hebben binnen de EU, één leger en één geheime dienst
Een bankenunie moet er volgens hem ook komen, zodat (o.a.) de Nederlandse belastingbetaler dadelijk ook kan opdraaien voor een faillissement van bijvoorbeeld een Italiaanse bank. 
En laat u niet misleiden door het verhaaltje dat de banken hiervoor zelf verantwoordelijk worden, want het potje met geld dat zij hiervoor opzij moeten zetten is niet alleen lachwekkend klein, maar ligt ook nog eens zo ver in de toekomst dat het nooit volgestort is als de volgende onvermijdelijke bankencrisis zich aanmeldt. 
Dit zijn de ideeën die Verhofstadt bezigt en die de VVD, (en D66) op EU niveau, dan ook ondersteunt.

Electorale vluchteling
Als u een VVD’er bent, dan bent u hoogstwaarschijnlijk gekant tegen de plannen van Verhofstadt. Mocht u op de VVD stemmen bij de Europese parlementsverkiezingen, dan stemt u dus tegen uw eigen overtuiging in. 
Dit brengt u als kiezer in een moeilijk parket; immers, u kunt als liberaal uw Eurosceptische stem niet kwijt. De alternatieven zijn immers SP, Partij voor de Dieren, en PVV. 
Voor een verscheidenheid aan redenen, kan een echt liberale kiezer niet op deze partijen stemmen. Ik wil zelfs zover gaan dat een echte liberaal, eurosceptisch of niet, ook niet meer op de VVD kan stemmen, gezien deze partij (tezamen met D66) de term liberaal niet waard is. 
De echte VVD’er is door het beleid van Rutte cum suis een electorale vluchteling geworden.


ALEX VAN SASSSEN:
Alternatief
"Zo was ook ik tot voor kort een ontheemde kiezer. Ik had het idee om een eigen partij op te richten om eindelijk een echt alternatief te bieden voor de liberale euroscepticus. Een soort UKIP van Nigel Farage. Zodoende kwam ik in contact met Daniel van der Stoep van de partij Artikel 50, die de steun geniet van UKIP.  

Het Artikel 50 verkiezingsprogramma is klassiek liberaal te noemen (zie www.artikel50.nl ) en na wat gesprekken heb ik niet alleen een partij gevonden om op te stemmen, want ik ben namelijk ook gevraagd om de nummer 2 op de kieslijst te worden bij deze partij. 
Dit vond ik een hele eer en ik ben dan ook ingegaan op dit aanbod.

EU onhoudbare kaart
Terugkomend op hoe het Europese parlement te werk gaat, is er een gevolgtrekking te maken die de zoveelste nagel in de kist van de EU zou moeten zijn. 
Door het gemene samenvoegen van de partijen, zoals de ALDE doet (en zo ook de Socialisten, Christenen, et cetera), is de kans erg groot dat de nationale stem compleet verloren raakt. 
Onthou dus, 
Een stem op VVD is immers geen stem op VVD gedachtegoed, maar op Verhofstadt, zoals ik hierboven geschreven heb. 

De EU werkt per definitie dit soort samenwerkingsvormen in de hand, waardoor het dus ook per definitie het nationale component uit iedere stem verwijdert. 




De EU zal dus nooit van het volk kunnen zijn. Iets wat de elite of niet interesseert of niet in wil zien. 
Hoe dan ook, zonder electoraal fundament is de EU gedoemd te mislukken".

Maar onthou vooral, 

Waarom zou u moeten kiezen op iets waarvoor u nooit hebt gekozen! 












Kannibalen eten miljonairszoon Michael Rockefeller op uit wraak op Nederland


'Kannibalen eten miljonairszoon op uit wraak op Nederland'

'Kannibalen aten miljonairszoon op uit wraak op Nederland'

De Amerikaanse gouverneurszoon Michael Rockefeller is door kannibalen gedood en opgegeten in de Nederlandse oud-kolonie Nieuw-Guinea. 
Nederland heeft dit echter bewust verzwegen. 

Dat schrijft de Amerikaanse auteur Carl Hoffman in zijn nieuwe boek Savage Harvest, meldt het RTL Nieuws

Rockefeller zou primitief zijn gedood als wraak voor een Nederlandse politieactie. "Ik geloof dat ik het heb opgelost", zegt Hoffman in zijn boektrailer.
Michael Rockefeller was de zoon van een steenrijke gouverneur uit New York. 

In maart 1961 vertrok hij naar Nieuw Guinea, op zoek naar primitieve kunst
maar hij verdween spoorloos toen de boot waarop hij zat, kapseisde. Na een maand zoeken was er nog steeds geen spoor van de man gevonden. 
Hoffman onderzocht de verdwijning van de man zelf en vond een brief van een Nederlandse zendeling, die schreef dat Rockefeller was vermoord door krijgers van het dorp Otsjanep. Dit zou zijn gebeurd uit wraak voor een dodelijke schietpartij door Nederlanders in het dorp een aantal jaren eerder. 


Nederland wilde dat de wereld zou geloven dat Nieuw-Guinea een beschaafd land was
De Nederlandse overheid had in die tijd minder capaciteit om op de binnenlanden toe te zien. Een gewapende strijd met Indonesië dreigde. 
In zo’n macht vacuüm zien sommigen de weg vrij om er weer eens ouderwets tegen aan te gaan. 

Ten tijde van de Bersiap (1945-1946), deed een deel van de Batak gemeenschap op Sumatra even afstand van het christelijk geloof, om met overgave mensenvlees te kunnen nuttigen. Zo werd de harem van een lokale sultan voor dat doel ontvoerd. 

Een Nederlandse eenheid wist uiteindelijk nog een paar vrouwen levend te ontzetten. 

"Nederland wilde echter dat de wereld zou geloven dat Nieuw-Guinea een beschaafd land was" 


NEDERLANDSE  GESCHIEDENIS (1949-1962).



De Ajam-affaire Nederlands Nieuw-Guinea:

scenario voor een documentaire over de manier waarop de overheid via de audiovisuele media de sentimenten van het Nederlandse volk bespeelde tijdens ‘de kwestie Nieuw-Guinea’ (1949-1962). De periode waarin Nederland krampachtige pogingen deed Nieuw-Guinea als kolonie voor het koninkrijk te behouden, viel samen met de opkomst van de televisie. 

Onderwerp van de film wordt vooral de manier waarop bioscoopjournaals en televisie-uitzendingen de beeldvorming rond de kwestie beïnvloedden. Er lijkt niet zozeer sprake van censuur als wel van een ‘zacht duwen’ van de publieke opinie in de richting die de overheid welgevallig was. 

Optimistische beelden van gekerstende papoea’s die het Wilhelmus zingen, missionarissen, soldaten en gemigreerde Indische Nederlanders moesten het publiek ervan overtuigen dat Nieuw-Guinea beter af was onder Nederlands bestuur dan onder Indonesisch bewind.

 “Nederland lokte slachting onder Papoea’s uit”, kopte de Gelderlander op 1 Mei in de krant. 
Een propaganda film over het “goede ontwikkelingswerk” van Nederland in Nieuw Guinea heeft in 1956 geleid tot de dood van 29 Papoea’s. 

Dhr. Jannink bekijkt de in beslag genomen koppen

Onze overheid liet in 1956 in Nieuw Guinea een heuse propagandafilm maken, bedoeld om de Amerikanen te laten zien hoe goed wij daar bezig waren.

De filmploeg vroeg een Papoeastam ook nog even het koppensnellen na te spelen. 
Het leidde tot een ongekend drama, tientallen doden en een flinke doofpot.



De belofte van onafhankelijkheid

Still uit Report from Netherlands Nuw Guinea

Still uit Report from Netherlands Nuw Guinea

De nieuwe burgers van Nederland

Eindelijk is het dan zover: in 1949 wordt Indonesië onafhankelijk van Nederland. Ons kleine landje is echter zo gedesillusioneerd over het verlies van Nederlands-Indië, dat zij een vorm van ‘genoegdoening’ eist als voorwaarde voor de onafhankelijkheid: in de onderhandelingen wordt bedongen dat het eiland Nieuw-Guinea voorlopig onder Nederlands bestuur blijft. 
Maar als het aan de jonge president Soekarno ligt, mag er geen stúkje grond van het oude Indië meer in Nederlandse handen blijven. Gedurende dertien jaar vecht hij het eigendomsrecht over Nieuw-Guinea aan. 

Tot het moment dat zij afstand moet doen van Nederlands-Indië heeft Nederland zich nauwelijks iets gelegen laten liggen aan Nieuw-Guinea: een ondoordringbaar grondgebied dat nauwelijks te exploiteren is met een zevenhonderdduizend-koppige Papoeabevolking die nog ‘in het stenen tijdperk’ heet te leven. 

Maar om de wereld ervan te overtuigen dat zij meer recht heeft op het bezit van Nieuw-Guinea dan Indonesië, gaat Nederland zich er op toeleggen om de Papoea’s in een ommezien te ‘beschaven’. 

Er wordt een offensief gestart om de Papoeabevolking, waarvan een groot deel nog nauwelijks of nooit een blanke heeft ontmoet of met westers gedachtegoed in aanraking is geweest, om te vormen naar westers model. 

Deden missie en zending al langer voorzichtige pogingen  

om het immense oerwoud en de zielen van de Papoea’s binnen te dringen, vanaf 1952 treedt een jonge garde enthousiaste Nederlandse bestuursambtenaren in hun voetsporen. 

Zij worden vergezeld van mariniers, administratief personeel, doktoren, verpleegsters, leraren en onderwijzeressen, een enkele ondernemer, en een kleine stoet avonturiers die het gezapige Nederland van de jaren vijftig probeert te ontvluchten. 

Aanvankelijk richt men zich op de kustgebieden, waar de lokale bevolking al veelvuldig in aanraking is gekomen met invloeden van buitenaf. 
Vanuit de kustgebieden zal men langzaam maar zeker uitwaaieren naar de binnenlanden, om kilometer voor kilometer en letterlijk stapvoets het immense eiland, twaalf maal zo groot als Nederland en bedekt door woeste gebergten, kolkende rivieren, ondoordringbare jungles en onoverzienbare moerasgebieden, te exploreren en te ontginnen. 

Zij maken zich op om de vaak zeer geïsoleerd levende Papoeastammen te kerstenen en pacificeren, met als uiteindelijk doel de belofte van onafhankelijkheid.



De Asmat
Still uit Report from Netherlands Nuw Guinea 
Still uit Report from Netherlands Nuw Guinea

Een andere wereld
Begin 1954 is de Asmat aan de beurt, een uitgestrekt moerasgebied ter grootte van Nederland aan de zuidkust van Nieuw-Guinea. Deze modderdelta wordt gevormd door de eindloop van talloze rivieren die vanuit de noordelijker gelegen bergketens uitlopen naar zee. 

De Asmat is het leefgebied van verschillende Papoeastammen. 

Het dagelijks leven is er weinig comfortabel. De bevolking leeft van wat de oerbossen haar aanbiedt. Geklopte sago uit de sagopalmen, sagolarven, insecten, kleine amfibieën, vis en kreeft vormen belangrijke voedingsbronnen, maar het is tijdrovend werk om voldoende voedsel voor de gemeenschap te verzamelen.
Zoogdieren komen nauwelijks voor in het gebied. Een klein soort tamme varkens is het enige dier dat gefokt wordt, maar deze zijn schaars en er wordt zuinig mee omgesprongen. Vervoer vindt voornamelijk plaats met prauwen, uitgeholde boomstammen. 


De mensen hebben weinig remedies tegen ziekten als malaria, framboesia en huidaandoeningen. Gebruiksvoorwerpen worden vervaardigd uit natuurlijke materialen als hout, bamboe en steen; voor kleding en versiering worden riet en dierlijke producten uit de omgeving gebruikt: bont van de couscous (een klein soort buideldier), veren, tanden, botten, schelpen. 
Maar ondanks de karige middelen van bestaan kenmerkt de Asmatter zich over het algemeen door een vrolijke, spontane en open geest. 

De overeenkomst tussen de cultuur van de Asmatters en die der Nederlanders is vrijwel nihil. 

De Asmatters begrijpen nog minder van de Nederlanders dan de Nederlanders van de Asmatters. De stammen ontvangen de blanke indringers met argwaan, maar toch ook met nieuwsgierigheid. Zij zijn onder de indruk van de rijkdommen en vele handige gebruiksvoorwerpen die de Nederlanders hebben en willen graag leren hoe zij deze zelf kunnen verwerven. Dat maakt enige mate van contact tussen de beide tegenpolen mogelijk. 

Tot het moment dat een filmploeg in dienst van de Nederlandse overheid de regio betreedt, 

heeft het Nederlandse bestuur zich in het gebied voornamelijk gericht op het leggen van de eerste contacten met de plaatselijke bevolking langs de uitgestrekte kuststrook en rivieroevers en in de moeilijker toegankelijke binnengebieden. 
De Papoeastammen in de zuidelijke regio van Nieuw-Guinea staan bekend om hun in christelijke ogen zeer onbegrijpelijke rituelen en gebruiken. 

Bovenaan het lijstje ongerijmdheden staan koppensnellen en kannibalisme. 
Het Nederlandse bestuur stelt zich in het ontoegankelijke gebied als belangrijkste taak om deze twee rituelen uit te bannen. Maar dat is een bijna onmogelijke opgave, want het snellen van mensenhoofden en bij sommige stammen het opeten van de lichamen is verweven in het gehele gedachtengoed. 

Onder andere de huwelijkstradities staan op het spel,
want volgens de Asmatse ‘adats’, de plaatselijke gewoonten en gebruiken, kan een jonge man niet eerder trouwen dan dat hij een kop heeft gesneld om zijn mannelijkheid te bewijzen aan zijn aanstaande.
Medische campagnes, zoals het inenten van hele dorpen tegen de gevreesde en veelvuldig voorkomende ziekte framboesia, zijn vaak een goede binnenkomer bij de bevolking.
Het ruilen van bijlen en tabak voor verse eetwaren en kunstvoorwerpen, de belofte dat er te zijner tijd een schooltje in het dorp zal komen om te leren hoe de westerlingen aan hun rijkdom en welvaart komen, vormen voorzichtige verkenningen over en weer.
 

Tijdens de patrouilletochten nemen de bestuursambtenaren tevens de koppen in beslag die zich in dorpen bevinden, vaak ongeacht of deze van voorouders of van gesnelde vijanden zijn, met de mededeling dat er onder het nieuwe bewind niet meer gesneld mag worden.
 

De Asmatters zijn over het algemeen zeer onwillig om hun schedels af te staan. 
Schedels van voorouders dienen vaak als hoofdkussen, hetgeen ongetwijfeld een gevoel van intimiteit en bescherming tijdens de nachtrust moet hebben gegeven. 

Schedels van vijanden hangen als trofeeën aan de zolderingen van de mannenhuizen. 
De schedels vertegenwoordigen de kracht van de stam en van de individuele mannen. 

Vermoedelijk heeft het bestuur nooit echt bedacht dat zij met de inbeslagname van de koppen ook symbolisch de stamleden hun krachten ontneemt, hetgeen de gezagsverhoudingen tussen de stamleden en de stammen onderling danig moet hebben ondermijnd. 

Voor de westerlingen is het gebruik van menselijke resten voor huishoudelijke en rituele doeleinden domweg onverteerbaar.


Een propagandafilm
Fragment van een memo over de propagandafilm

Fragment van een memo over de propagandafilm
Voor de internationale reputatie van het land

Terwijl de Nederlanders, genesteld in palenhutten boven de uitgestrekte moerassen van zuidelijk Nieuw-Guinea, hun dagelijkse portie droge rijst en blikjes sardientjes in tomatensaus nuttigen, neemt ver buiten hun blikveld de stellingenoorlog tussen Nederland en Indonesië toe. 

Nederland krijgt het zwaar te verduren in de internationale discussie over het behoud van Nieuw-Guinea. Indonesië zet het onderwerp meerdere malen op de agenda van de Verenigde Naties en dreigt met militaire acties. 

De vele jonge staten die inmiddels zijn toegetreden tot de VN zijn het juk van hun koloniale verleden nog niet vergeten en scharen zich aan de zijde van Indonesië. 
De VN dringen aan op een vreedzame oplossing, maar laten duidelijk doorschemeren dat Indonesië de beste kaarten in handen heeft. 
Nederland ziet het met lede ogen aan. Zij gokt erop dat de VS, een van haar belangrijkste en meest invloedrijke bondgenoten, aan haar zijde zal blijven staan. Echt gerust is zij er echter niet op.

Ook de Nederlandse ambassadeur in de VS voelt nattigheid. 
In een geheime memo aan Zijner Excellentie de Heer Minister van Buitenlandse Zaken schrijft hij op 20 juni 1955: “Nu het zich laat aanzien, dat Indonesië in de 10de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties wederom West-Nieuw-Guinea op het tapijt zal brengen, meen ik de vraag te moeten opwerpen of het gewenst dan wel noodzakelijk is de voorlichting van het Amerikaanse publiek over West-Nieuw-Guinea te intensiveren en zo ja, in welke mate.” 

Ook al is Nederland populair in Amerika, men is daar niet gecharmeerd van de koloniale bezittingen van de oude Europese machten. 
De ambassadeur raadt aan om een propagandafilm te maken voor het Amerikaanse publiek om te laten zien dat Nederland de inheemse bevolking niet onderdrukt en uitbuit, maar juist vooruithelpt. Hij drukt daarbij de Nederlandse overheid op het hart om flink uit te pakken: de Amerikanen zijn inmiddels gewend aan een hoge kwalitatieve standaard in hun filmvertoningen. 

De smeekbede van de Nederlandse vertegenwoordiger in Amerika blijft niet onopgemerkt. 

 De Rijks Voorlichtings Dienst wordt belast met de uitvoering van het plan. Al snel ligt er een draaiboek met instructies voor het maken van de film. 
Alhoewel de beelden zo natuurlijk mogelijk moeten zijn, waarschuwt de schrijver voor al te ongedwongen opnames: ‘Er moet op gelet worden dat al die personen die te zeer verminkt zijn door ziektes en dergelijke, niet in beeld komen. 
Tevens is het van het uiterste belang dat er geen personen in beeld komen, zelfs niet op de achtergrond, die al te duidelijk naakt zijn (of het nu om mannen of om vrouwen gaat). Dergelijke beelden zijn in de Verenigde Staten taboe voor vertoning op scholen of voor gemengd publiek.’

Filmen in Ajam
Pater Welling anno nu
Pater Welling anno nu
Tegen beter weten in
In het voorjaar van 1956 strijkt de filmploeg neer in het zuiden van Nieuw-Guinea. Immers, wil men laten zien hoezeer de Nederlanders vooruitgang hebben geboekt, dan is het goed om de film te beginnen met de vroegere ‘onvoorstelbare primitiviteit van de bevolking’. 
En hoe kan die primitiviteit beter worden neergezet dan middels een ouderwetse koppensneltocht? 
Het gouvernement van Nieuw-Guinea zegt zijn medewerking toe, de filmploeg is welkom. Er vind overleg plaats: waar zullen de opnames het beste kunnen plaatsvinden? 
Het dorp Ajam, een klein eindje stroomopwaarts het binnenland in, lijkt een ideale locatie. Ajam is al enige tijd onder bestuurscontrole. 
Paters van de Tilburgse Missie van het Heilig Hart bivakkeren al jaren in de regio en het dorp Ajam kent de meeste katholieke dopelingen. 

Veel Ajammers lopen met kruisjes en rozenkransen rond. 
Maar de pater die op dat moment het dorp onder zijn hoede heeft, pater Welling, ageert heftig tegen het plan. 
Jarenlang zijn de paters bezig geweest de mensen uit te leggen dat het snellen van koppen en het eten van mensenvlees niet goed is. 
Met oneindig veel krachtsinspanning tourneren zij onophoudelijk door het gebied, spreken van vrede en naastenliefde, zitten urenlang, weken achtereen opgevouwen in wankele prauwen om de mensen te behoeden voor verval en barbarij. 

Terwijl in de meer afgelegen gebieden het koppensnellen nog niet is uitgebannen, beginnen zij dichter in de omgeving toch onmiskenbaar succesjes te boeken. De sfeer in Ajam, een van de grootste dorpen in de regio met zo’n 1200 bewoners, is al jarenlang stabiel. Koppensnellen en het eten van mensenvlees behoren tot het verleden. 

Maar pater Welling kent zijn pappenheimers. 
Ondanks de vele bekeerlingen leven ook hier de dorpelingen nog op gespannen voet met de nieuwe zeden en mores die de westerse cultuur en het christendom van hen verlangen. De pater waarschuwt het plaatselijke bestuur om toch vooral niet al te veel van de oude ‘adats’ op te rakelen. 
Als de mensen nu ertoe aangezet worden een koppensneltocht na te bootsen, wat moeten zij dan wel niet denken? 
Zij zullen oordelen dat het snellen van koppen weer geoorloofd is, dat het bestuur daar kennelijk juist prijs op stelt omdat zij het na moeten spelen voor toeschouwers, zo redeneert de pastoor. 
Wat weten de Asmatters van film af? Wat zeggen de Verenigde Naties of Verenigde Staten hen? De pastoor voorziet ernstige moeilijkheden als het bestuur zijn zin doordrijft. 

Maar die wimpelt de bezwaren van pater Welling af.  
De Ajammers zijn als een van de weinige dorpen al onder jarenlange bestuurscontrole. Volgens hen is de Ajammer voldoende vertrouwd met het idee van toneelspel om te kunnen begrijpen dat een geënsceneerde sneltocht geen ernst is. 

Ook filmmaker Denninghoff-Stelling is niet onder de indruk. 
Zijn argumentatie luidt dat als een snelpartij het gevolg zou zijn van de opnames, hij dat op de koop toe zou nemen, want een propagandafilm voor Amerika is op dat ogenblik veel en veel belangrijker. Het bestuur beslist dat de opnames in Ajam zullen plaatsvinden. En daarmee uit.



Een snelpartij in scene
Dhr. B. van der Voort
Dhr. B. van der Voort

'Report from Netherlands New Guinea'

De jonge Administratief Ambtenaar Bert van der Voort, die in 1955 op de regionale bestuurspost Agats is aangekomen en voor zijn gevoel al maanden met zijn handen in zijn zakken op een modderige bestuurspost naar de opkomende en afzakkende getijden zit te staren, wordt naar het dorp Ajam gestuurd om de opnames voor te bereiden. 

In tegenstelling tot andere gebieden zijn prauwen van Asmatters over het algemeen beschilderd met verticale rood-witte banen. Dat geeft natuurlijk een mooi effect voor een kleurenfilm, en het is de bedoeling dat de Ajammers hun prauwen weer mooi in de verf zetten zodat ze op het filmdoek beter zullen uitkomen. 

Ook moeten er speren, pijlen en bogen bijgemaakt worden om alle mannen in beeld van wapens te kunnen voorzien. 
Maar Van der Voort kan de dorpelingen niet warm krijgen om de werkzaamheden te verrichten. Slechts het uitloven van een hoge premie brengt een paar dorpelingen in beweging: 1 lempeng tabak per prauw alleen al voor het verven! 
Sommige oudere dorpsbewoners gaan wat aan de slag met het vervaardigen van pijlen en versierselen zoals armbanden. Maar de meeste jongelingen weigeren aanvankelijk hun medewerking.
 

Als de filmploeg enkele dagen later arriveert, is er eigenlijk nog niks wezenlijks voorbereid. Maar de crewleden gaan voortvarend aan de slag. 
 Om de snelpartij echt te laten lijken, zijn er voor de filmopnames uiteraard menselijke schedels nodig. 
Het bezit van mensenschedels is echter door het bestuur al enige tijd verboden verklaard en alle vindbare koppen in de regio zijn in beslag genomen. 

Op het verzoek koppen in te zamelen in het dorp ten behoeve van de filmopnames staan de Ajammers er hulpeloos bij. Niemand komt met een kop aanlopen. De dorpelingen worden aangemoedigd: echt, dit keer hoeven ze niet bang te zijn bestraft te worden als ze koppen laten zien, ze zullen er heus nog wel een aantal ergens verborgen houden. Maar beschaamd schudden de Ajammers het hoofd: alle koppen zijn al lang geleden in beslag genomen.
Geen nood, op de bestuurspost Agats liggen nog wel een aantal geconfisqueerde koppen uit andere dorpen. De filmploeg stuurt een prauw eropuit om de koppen bij de politie op te halen. 


De volgende morgen keert de prauw terug met de koppen. 
Het is echter zelfs voor een leek duidelijk aan de kleur van de schedels te zien dat dit oude koppen betreft en geen verse, pas gesnelde koppen. 
De koppen worden door de modder gewreven, maar dat levert geen bevredigend resultaat op. Tenslotte worden de schedels met hondenbloed en rode verf besmeurd. Verbijsterd kijken de Papoea’s toe bij dit bizarre schouwspel. 

En dan beginnen de opnames
Er wordt bij de Ajammers op aangedrongen voor deze ene keer alle westerse klederdracht af te leggen en zich weer uitsluitend te tooien in rieten rokjes en schaambedekkingen van schelpen en andere natuurproducten. 
Een vervallen gedeelte van de kampong verderop aan de rivier wordt in brand gestoken en gefilmd, de dorpelingen moeten joelend en met speren zwaaiend voor de camera heen en weer rennen. 

In andere beelden komen de mannen van Ajam in slagorde met hun prauwen naar het dorp varen, begroet door tientallen kindertjes die enthousiast het water inspringen. 
De mannen dragen schedels uit de prauwen de kant op. Op de filmbeelden is nog steeds te zien hoe prachtig wit de schedels zijn. 
Maar een kniesoor die daar op let. In de uiteindelijke, dertig minuten durende film ‘Report from Netherlands New Guinea’ neemt de nagebootste snelpartij slechts anderhalve minuut in beslag.




Een oude rekening
In beslag genomen koppen van de Ajam-affaire
In beslag genomen koppen van de Ajam-affaire

Een echte snelpartij

Pater Welling heeft de komst van de filmploeg niet afgewacht. Hij is al weer meer dan een maand lang een van zijn bekende tournees door het gebied aan het maken. 

In het dorp Jipajer, een paar uur stroomopwaarts van Ajam verwijderd, koopt hij een prauw voor zijn catechist in Ajam. 
Op zijn verzoek zal een vijftal jongemannen uit Jipajer de prauw naar Ajam roeien. 
De mannen worden vergezeld van vrouwen en kinderen uit het dorp Jipajer die bij de bestuurspost Agats aan de monding van de rivier wat vruchten willen verkopen. 
Het bliksembezoek van de Nederlandse filmploeg in Ajam is dan net achter de rug. 

In Ajam aangekomen leveren de Jipajers de prauw af bij de catechist. 
Zij overnachten in het mannenhuis en in het huis van de catechist, om de volgende morgen de tocht naar de bestuurspost aan de kust te hervatten. 
Als het dorp Ajam al niet zo lang onder bestuurscontrole was geweest, hadden zij het misschien niet gewaagd de nacht daar door te brengen, want nog geen tien jaar daarvoor hadden dorpelingen van Jipajer een aantal mannen van Ajam overvallen en gesneld. 
Dat soort dingen worden niet snel vergeten in het Asmatgebied. 
Maar Ajam wordt inmiddels bewoond door twee hulpjes van de pater (zogenaamde catechisten, van Papoease afkomst) en de Nederlandse pater Welling bouwt er zijn huis. Ook twee Amerikaanse zendelingen zijn net in die periode aan de periferie van het dorp neergestreken.
 

De Jipajers worden gastvrij ontvangen door de Ajammers. 
Maar die nacht stoken de dorpelingen van Ajam elkaar op om hun logees een kopje kleiner te maken. Terwijl hun gasten van een goede nachtrust genieten, sluipen mannen en vrouwen door het dorp. 
De in scène gezette sneltocht enkele weken daarvoor heeft hun bloed weer sneller door de aderen doen jagen. 
Ze voelen zich beschaamd dat ze geen koppen meer hadden, maar dat deze nota bene van de bestuurspost gehaald moesten worden. 

De vrouwen lachen de mannen uit
Het besluit wordt snel genomen. Terwijl de gasten zich die ochtend klaarmaken voor vertrek, worden zij overvallen en doodgestoken. De hoofden worden afgesneden, de vrouwen stromen toe om de lichamen in stukken te snijden en de porties eerlijk te verdelen. 
De twee catechisten en de Amerikaanse zendelingen worden ongemoeid gelaten. 
Terwijl de dorpelingen zich tegoed doen aan de lichamen, zien de catechisten kans het dorp ongemerkt te verlaten om alarm te slaan op de bestuurspost te Agats. 
Daar zijn inmiddels net de feestelijkheden afgerond ter viering van Koninginnedag. Het is 30 april 1956.



De afwikkeling
Voormalig bestuursambtenaar Jannink met zijn filmmateriaal

Voormalig bestuursambtenaar Jannink met zijn filmmateriaal

Om causale verbanden te vermijden
Als de twee catechisten in de bestuurspost Agats aankomen, treffen zij daar onder andere bestuursambtenaar Van der Voort aan en een zeer vermoeide pater Welling, die net aan het uitrusten is van zijn tournee door de regio. Totaal overstuur vertellen de twee Papoeamannen hun verhaal. 
De pastoor pakt onmiddellijk zijn spullen en reist per prauw af naar Ajam in een poging te redden wat er te redden valt. 

Het Hoofd Plaatselijk Bestuur stelt een radiotelegram op voor de resident van Zuid-Nieuw-Guinea. Als antwoord op dit bericht komt de resident onverwijld naar de bestuurspost Agats om poolshoogte te nemen. 
Dat is vrij ongebruikelijk, aangezien er in de binnengebieden wel vaker sneltochten plaatsvinden zonder dat zijn persoon hierbij wordt ingeschakeld. De resident realiseert zich ongetwijfeld hoe pijnlijk de zaak kan uitpakken als het verhaal in de openbaarheid zal komen. 
Ajam is immers het paradepaardje van de regio. 
Het bestuur zit ermee in zijn maag dat de filmploeg in dienst van de RVD zo kort daarvoor nog maar in het dorp een sneltocht heeft geënsceneerd. De suggestie van het Hoofd Plaatselijk Bestuur dat een onvoorzichtige catechist de oorzaak is van alle ellende, komt goed uit. 

De resident stelt op 3 mei de gouverneur van Nieuw-Guinea op de hoogte. 
Deze bericht op zijn beurt op 4 mei in een confidentieel telegram het Ministerie van Overzeese Rijksdelen in Nederland over de affaire. 
Hij schrijft daarin onder andere: “Het bezoek is niet anders dan een stommiteit van de catechist. Een ongelukkige coïncidentie is dat in Ajam een paar weken geleden filmopnamen werden gemaakt door Denninghoff Stelling, waarvan de missie voorspelde dat dit zou uitlopen op moord. 

Het is echter duidelijk dat dit geval niets hiermede te maken heeft. 
Bij een voorafgaand bezoek aan Ajam per Catalina heeft de resident zich ervan overtuigd dat men de bedoeling van de filmopnamen begreep. Vele inwoners van Ajam hebben gewerkt in Sorong en zijn vertrouwd met het begrip spel, hetgeen bij zijn bezoek duidelijk bleek, waarbij een schijnaanval werd gedemonstreerd.” 

Toch is het bestuur blijkbaar niet helemaal zeker van zijn zaak, want het telegram wordt besloten met de woorden: “Ik moge u verzoeken press release uit te geven en mij telegrafisch te berichten, aangezien het niet mogelijk is de zaak geheim te houden, waarin 2 Amerikaanse zendelingen en een pastoor ooggetuigen zijn. 

In het press release ware geen melding te maken van mogelijk verband met de filmopnamen van Denninghoff Stelling.” De Ajam-affaire zelf kan onmogelijk in de doofpot gestopt worden, maar een causaal verband met de aanwezigheid van de filmploeg moet absoluut vermeden worden.



Represaillemaatregelen
De landingsdivisie van de strafexpeditie

De landingsdivisie van de strafexpeditie

Negenentwintig doden, negenentwintig arrestanten
Het feit dat juist het ‘geciviliseerde’ dorp Ajam weer naar oude praktijken heeft teruggegrepen, overvalt het Nederlandse bestuur danig. 
Het moet nu voor het eerst maar eens echt menens zijn met het bestraffen van koppensnellerij en kannibalisme. Er worden voorbereidingen getroffen voor een strafexpeditie. Het marinefregat Hr.Ms. Jan van Brakel wordt opgeroepen om onverwijld naar Ajam op te stomen.
 

Half mei vaart de Hr.Ms. Jan van Brakel de Oetoemboewerivier op. 
Nog nooit eerder is zo’n groot schip de binnenwateren opgestoomd. Bij het dorp Ajam aangekomen gaat een landingsdivisie van boord. Het zijn geen getrainde mariniers die in de sloep stappen, maar een aantal Papoea-politieagenten vergezeld van de normale bemanning van de Hr.Ms.Jan van Brakel die bij kleine akkefietjes wordt ingezet om de wal op te gaan. 
Om te voorkomen dat de schuldigen er vandoor gaan, verzint de resident een list. 
Hij belooft de dorpelingen dat hen geen haar gekrenkt zal worden als alle mannen uit de oerbossen tevoorschijn komen. Aldus geschiedt. Schoorvoetend komen van alle kanten mensen aangelopen. 

De jongens van de landingsdivisie krijgen opdracht het dorp te omsingelen en de dorpelingen bij elkaar te drijven. Vervolgens zullen de mannen ondervraagd worden om te achterhalen wie zich schuldig heeft gemaakt aan het doden van de negenentwintig Jipajers. Er zijn negenentwintig mensen omgebracht, dus het bestuur wil negenentwintig mensen arresteren. 


Het kost het twintigtal zwaarbewapende jongens van de marine en de Papoea-politie weinig moeite om aan hun opdracht te voldoen. Waarschijnlijk blijven de dorpelingen die het meest schuldig zijn, in de oerbossen ondergedoken. De rest laat zich gewillig bijeen drijven. 

Uiteindelijk worden er negenentwintig mannen geselecteerd en als gevangenen aan boord van het grote schip gebracht. De gesnelde koppen worden in beslag genomen en in een jute zak opgeborgen. 

Omdat de arrestanten toch enigszins willekeurig zijn uitgekozen, 
wordt er nog een laatste strafmaatregel genomen om alle twaalfhonderd stamleden duidelijk te maken dat in feite iedereen schuldig is. 
Als alle jongens weer aan boord zijn, wordt vanaf de Van Brakel met klein geschut een poging gedaan een van de grote mannenhutten in brand te steken. Dat mislukt echter jammerlijk, want de brandprojectielen gaan dwars door de rieten wanden en daken heen en richten nauwelijks schade aan. 
Wederom gaat een groepje jongens met de sloep naar de wal. Zij overgieten de mannenhut met brandstof en steken de fik er in. Al snel laait het vuur hoog op. De Hr. Ms. Jan van Brakel zet de terugtocht in, met de negenentwintig gevangenen geboeid op het achterdek gezeten, beschut tegen de zon door een sloep die boven hen in de davids hangt. 

Bij aankomst in de bestuurspost Agats worden de arrestanten veroordeeld tot straffen variërend van een tot drie jaar. 

Zij brengen hun nachten door in een simpele gevangenishut van riet en bladeren. 
Overdag worden zij aan het werk gezet in het plaatselijke houtexportbedrijf, waar zij voor betaald worden. 
Na drie jaar keren zij beladen met rijkdommen als zonnebrillen en kleurige shirts huiswaarts. In het dorp worden zij als helden ontvangen. 

Tekst en reportage: Annegriet Wietsma
Research: Rogier Smeele



Bronnen
BEELDMATERIAAL: 

Film:  VPRO 
- “Report from Netherlands New Guinee”. Propagandafilm voor de Engelstalige wereld over Nieuw-Guinea, 1956, RVD (NAA-archief)
- Amateurbeelden van dhr. E. Jannink (privébezit)
- Amateurbeelden van de resident Boendermaker (privébezit) 

Foto’s:
- privébezit van dhr. Van der Voort, dhr. Thooft en dhr. H. van Hoof, dhr. G. Elkerbout, dhr. S. van der Helm, pater Welling en dhr. J. Veenema

ARCHIEFMATERIAAL:
- Directional memorandum for filmcoverage of Netherlands New Guinee. (Algemeen Rijksarchief Den Haag)
- Brief van de administratief ambtenaar H.J. van der Voort gericht aan de administratief ambtenaar E. Jannink betreffende de snelpartij in de Asmat. (Privébezit)
- Ontvangen codebericht van de gouverneur van Nieuw-Guinea aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken, d.d. 4 mei 1956. (Algemeen Rijksarchief Den Haag)
- Vertrouwelijk bericht aangaande “moeilijkheden in Asmat gebied” van de resident afdeling zuid Nieuw-Guinea aan de gouverneur Van Baal.

Literatuur:


- Anthony van Kampen, Wijkende wildernis. Onder kannibalen en Christen-Papoea's (Amsterdam 1956)
- Pim Schoorl, Besturen in Nederlands-Nieuw-Guinea. Ontwikkelingswerk in een periode van politieke onrust (Leiden 1996)
- Martien Blondel, Wij zijn mensen. Roman uit Nieuw-Guinea (Leiden 1959)



-In al die jaren heeft NL dus niet veel geleerd.  
Momenteel doen ze natuurlijk weer iets vergelijkbaars met het Midden Oosten.


4/15/2014

De overheidstrijd tegen cannabis is niets meer of minder een strijd tegen de natuur.


Cannabis is van nature een entheogeen, dat de mens ontspant en in evenwicht brengt, waardoor die niet meer controleerbaar is via angst, dus repressie.


Ruim honderd sympathisanten bij historisch proces Doede de Jong

Zal de openheid en transparantie van deze kweker gewaardeerd worden door het Hof?
Of moet wiet altijd een schemergebied blijven zodat burger en patiënt nooit verzekerd zullen zijn van een schoon product ? 

 
De strijd van de overheid tegen cannabis is niets meer of minder een strijd tegen de natuur.

Cannabis is een plánt, een zeer geneeskrachtige plant nota bene, die honderden jaren als medicijn is gebruikt. 
 Dat deze plant toevallig óók kan worden gerookt, is buitengewoon fijn voor de overheid.
Want DAT is de stok die zij gebruiken om de hele cannabis plantenfamilie te criminaliseren!
* Ooit was de natuur van ons allemaal... * Maar deze actie werkt contraproductief voor de Pharma. Een consistent beleid zal er voor zorgen dat ook de verkoop van hennep verboden wordt.



Meer dan honderd sympathisanten uit alle delen van het land woonden op vrijdag 11 april het proces van Nederlands bekendste wietkweker Doede de Jong in Leeuwarden bij. 
Optimisme overheerste na afloop van de zitting, waarin zowel Doede als zijn advocaat Tjalling van der Goot overtuigend pleitten voor het stellen van een daad door de rechtbank in deze unieke rechtszaak. 




Doede de Jong in gesprek met VOC voorzitter Henk Poncin, voor de zitting (© Gonzo media)


Doede de Jong in gesprek met VOC voorzitter Henk Poncin, voor de zitting (
© Gonzo media)

Vanwege de massale publieke belangstelling begon de zitting ruim drie kwartier te laat; er moest eerst een extra zaal worden ingericht waar de zaak via een scherm kon worden gevolgd. Voordeel voor de mensen in deze zaal: zij konden naar hartenlust reageren. 

In de grote zaal waarschuwde de voorzitter van de rechtbank na het eerste applaus dat het publiek niet mocht reageren, omdat zij anders de zaal zou laten ontruimen.

Doede de Jong (63) en zijn advocaat Tjalling van der Goot stonden tegenover drie vrouwelijke rechters. 

De voorzitter van de rechtbank gaf Doede alle ruimte om zijn verhaal te vertellen. Hieronder een dialoog tussen Doede en de voorzitter van de rechtbank. Daaronder de volledige tekst van het magnifieke pleidooi van Tjalling van der Goot en het volledige laatste woord van Doede. 
De uitspraak volgt op 25 april, om 13.00 uur.

Het VOC wil iedereen bedanken die naar Leeuwarden is gekomen om Doede te steunen en wenst Doede en Kicky sterkte in de komende twee weken. En natuurlijk een positieve uitspraak van de rechter!

Rechter: “In eerste instantie zie ik bij uw aanhouding dat u boos bent.”
Doede: “Dat ben ik nog steeds.”

De eerste sympathisanten waren er al vroeg; uiteindelijk groeide de menigte tot ruim honderd man (© Gonzo media)


De eerste sympathisanten waren er al vroeg; uiteindelijk groeide de menigte tot ruim honderd man (© Gonzo media)  

Rechter: “Want u zegt: er loopt nog hoger beroep in mijn andere zaak, van 2008, op dat moment. En u bent juist de hele boel aan het decriminaliseren en dan begrijpt u dit niet. U zegt: er zal wel vanuit Den Haag opdracht zijn geweest om mij weer aan te pakken.”
Doede: “Daar ben ik van overtuigd.”
Rechter: “Maar hoe bedoelt u dat?”
Doede: “Nou ik wil dat wel uitleggen. Ik ben namelijk in aanvaring gekomen met de heer Fred Teeven. 
Dat was bij het Cannabis Tribunaal, in 2010 of 2009, dat weet ik niet precies. 

Hij was nog geen staatssecretaris. Hij zat achter een tafel met Boris van der Ham, Jesse Klaver en Frans Weisglas als voorzitter en toen had hij het over paddestoelen. 
Hij hing een kletsverhaal op, want paddestoelen staan onderaan de lijst van schadelijke stoffen van het RIVM

En toen zeg ik op een gegeven moment tegen hem: nou, het is zo, alle drugsproblematiek samen is een marginaal verschijnsel ten opzichte van de alcoholproblematiek. 
En toen zegt hij: dat doet niet terzake. Nou, ik zeg: dat vind ik anders wel. 
Ik zeg: bovendien, wie denkt u wel niet dat u bent voor een ander te bepalen wat iemand wel of niet tot zich neemt? Ik vind dat een heel domme en arrogante houding.


Doede de Jong, Gerd Leers en Hendrik Kaptein, VOC Cannabis Tribunaal, 3 mei 2010, Dudok, Den Haag (© Gonzo media)

Doede de Jong, Gerd Leers en Hendrik Kaptein, VOC Cannabis Tribunaal, 3 mei 2010, Dudok, Den Haag (© Gonzo media) 

Dat was in café Dudok en ik had toen net de microfoon voor mijn hoofd, dus het sloeg in als een granaat op of een of andere manier. Hij heeft me een hele tijd aan zitten kijken, hij was niet amused. 

Ik heb ook van de man gehoord dat hij nogal wraakzuchtig is.
 En daarna komt die documentaire ‘Nederwiet, de moevie’ in 2011, dat is u bekend, denk ik? 
Daar heb ik aan mee gewerkt en daar was hij ook niet amused door. Toen zag hij diezelfde vent weer in die documentaire zitten. Ik heb dus uit zeer betrouwbare bron dat hij persoonlijk de pest aan mij heeft. 

Die man die dat gezegd heeft zegt: mijn naam moet niet bekend worden, want dat kan me mijn baan kosten.
Dus nou ja, dan kun je doen met die informatie wat je wil, je kan het niet bewijzen. Maar dat vermoeden heb ik dus wel: dat het gewoon de wraak voor ‘Nederwiet, de moevie‘ is, omdat ik me zo gemanifesteerd heb.”

Rechter: En u zegt: dat was in 2010 en daarom is in 2010 de politie bij mij geweest.”
Doede: “Ook, ja. En ik heb natuurlijk ook artikelen in de krant gehad, waarin ik dus de heer Max Daniel een karikaturale, woest om zich heen pikkende havik vond, met onbekookte uitspraken als hennep is de nieuwe cocaïne en zoveel als de provincie Utrecht wordt verbouwd, tachtig procent gaat naar het buitenland. De ene leugen na de andere, om alleen maar de zaak verder te criminaliseren, om daarmee het repressieve beleid te kunnen verantwoorden. En dat werd me niet in dank afgenomen.”

Rechter: En daar bent u het niet mee eens, want eigenlijk zou u willen dat de wet veranderd wordt?
Doede: “Dat gewoon het hele verbod van tafel gaat. Kijk, als het net als brandnetels of aardappels of sperciebonen in de tuin staat..”
Rechter: “Want dan staat het gewoon naast de deur.”
Doede: “Precies, want dan zijn de problemen uit de wereld. Want door die repressie neemt alleen maar de criminaliteit toe. Ik bedoel: de prijs gaat omhoog..”


Rechter: “Maar daar heeft u toch ook van geprofiteerd?
Doede: “Daar heb ik niet van geprofiteerd.”
 
Rechter: “Daar komen we straks bij uw verklaring op terug, want dat was wel een vraag die ik had. Want ik begreep dat u verkocht aan coffeeshops?”
Doede: “Heb ik wel gedaan in het verleden, in 2008.
Rechter: “Ik lees in de verklaring van 2010 -waar laat u het, wat doet u er mee?- dat u verkoopt aan coffeeshops en dat u dan 2,40 per gram daarvoor kreeg. En als je dan gaat rekenen, nou ja, ik kom er straks ook nog op en u kunt daar nog van alles op afdingen, hoor, maar dan is het toch wel, eh…”

Doede en zijn vrouw worden geïnterviewd door het BNN programma De Social Club (© Gonzo media)



Doede en zijn vrouw worden geïnterviewd door het BNN programma De Social Club (© Gonzo media)

Doede: “Maar dat was in 2008.”
Rechter: “In 2010, zegt u…”
Doede: “Nou, dat klopt dan niet.
Rechter: “Daar komen we dan straks nog op terug. Maar dan denk ik, u zegt: ik heb ideologische motieven en ik wil het graag uit het criminele circuit hebben. Dat is heel lovenswaardig dat u dat wilt..”
Doede: “Nou, dank u wel.”

Rechter: “Maar het is wel wetgeving waar we het over hebben. En ik denk dat u daarvoor bij de politiek zou moeten zijn.”
Doede: “Ja, kijk, en dit is het begin heb ik gezegd. Het is natuurlijk zo dat de rechterlijke macht ontzettend wordt ondermijnd door dit gebeuren. 
De hennepwet, Opiumwet 3b, daar wordt de vloer mee aangeveegd, al dertig, veertig jaar. Want er wordt al dertig, veertig jaar in de coffeeshops wiet verkocht. 

En als die wet echt strikt gehandhaafd zou worden, dan zou dat niet kunnen zijn. Daar komt bij, er zijn 129 zetels in de Tweede Kamer die de coffeeshops open willen houden. Dat zeggen ze. En als ze dat zeggen dan kunnen ze niet de aanvoer gaan bestrijden, want als je dat doet, dan ben je dus ongeloofwaardig. Dus het is helemaal in lijn met wat de Tweede Kamer wil, als je het wél zou legaliseren.”


Advocaat Tjalling van der Goot in gesprek met Doede en Kicky (© Gonzo media)



Advocaat Tjalling van der Goot in gesprek met Doede en Kicky (© Gonzo media)
 
Rechter: “Maar toch heeft de Tweede Kamer nog geen wetgeving aangenomen om het te legaliseren.” 
Doede: “Hoe kunnen ze dan zeggen dat ze er vóór zijn om de coffeeshops open te houden?”
Rechter: “U constateert het.”
Doede: “Dat klopt.”

Requisitoir Tjalling van der Goot:

NB: Van der Goot begon zijn pleidooi met een verwijzing naar de actualiteit: juist deze week hield het Openbaar Ministerie Oost Nederland twee themazittingen hennepteelt.
Van der Goot: “De themazittingen in Oost Nederland. Het OM, misschien wat cynisch, maar een en ondeelbaar, heeft een bericht doen uitgaan en uitgelegd waarom strafzaken bij hennep zo belangrijk zijn. En ik citeer, voor zover van belang:

De teelt en handel in hennep maakt een wezenlijk onderdeel uit van de georganiseerde criminaliteit. 

We weten dat er hennepkwekerijen aanwezig zijn in woningen, garages, woonwagens, woonboten, schuren, bijgebouwen en bedrijfspanden. 
Het exploiteren van een hennepkwekerij veroorzaakt stank- of wateroverlast, levert brandgevaar op en het veiligheidsgevoel van omwonenden wordt erdoor aangetast. 

Daarbij gaat het exploiteren van een kwekerij niet zelden samen met zware criminaliteit, waaronder ripdeals en afrekeningen. Voor diegene die een hennepkwekerij onder zijn dak heeft blijft het ook vaak niet bij het strafbare feit van het  kweken van hennep. Het gaat vaak gepaard met andere strafbare feiten zoals diefstal van elektriciteit, belastingontduiking, uitkeringsfraude en het in gevaar brengen van de omgeving. 
Deze activiteiten hebben negatieve invloed op de rechtsorde, de samenleving, de leefbaarheid van de omgeving, het woningaanbod, de openbare orde en de veiligheid.’ Einde citaat.

Da’s een hele opsomming. Vrij vertaald: dat is dus de reden waarom het Openbaar Ministerie vervolging in zaken van hennepkwekerijen zo belangrijk vindt. 

Maar ondanks die opsomming, gek genoeg, maar eigenlijk ook wel weer niet zo gek: al deze argumenten spelen geen enkele rol in de zaak van Doede de Jong. 

De man die zich profileert als een natuurliefhebber, die zich inzet voor de legalisering van cannabis dan wel de regulering van de cannabisteelt. 
De man die op biologische grondslag wiet teelt, die geen pulp of rotzooi verbouwd, zoals hij vandaag zelf zei, maar kwalitatief goed en vrij van schadelijke chemische stoffen verbouwt. 
Die man. En het Openbaar Ministerie weet wie deze man is, die kent zijn principiële karakter, die kent het principiële van de zaak. Die weet wat hij heeft verklaard, die weet wat hij heeft geschreven, de ingezonden brieven heeft het Openbaar Ministerie ook zelf doen toevoegen in een eerder stadium en later zijn daar nog wat stukken bij gekomen.

Doede de Jong, VOC Cannabis Tribunaal 2010, Den Haag (© Gonzo media)



Doede de Jong, VOC Cannabis Tribunaal 2010: spreekbuis van het principe (© Gonzo media)

Cliënt steekt zijn nek uit. Hij schrijft brieven aan kranten, spreekt op fora en symposia, werkt mee aan interviews, werkt mee aan documentaires over hem, over wiet, over wietgebruik en wiet kweken, laat zich interviewen. Telkenmale verkondigt hij een principieel standpunt. 

Hij durft zijn nek uit te steken. En kort gezegd, misschien iets te kort, hij zegt, en dat heeft hij vandaag herhaald: cannabisgebruikers zijn niemand tot last, zijn vredelievende mensen. Het cannabisbeleid is hypocriet, contraproductief en illusoir, repressie werkt niet, niet met de huidige wetgeving en de invoer van wiet van dubieuze kwaliteit schaadt de volksgezondheid, omdat er geen controle is.

Doede de Jong is de spreekbuis van het principe. 
Een heel principiële man, met een heel principieel karakter, dat heeft u vandaag gemerkt, voor zover u dat nog niet in de stukken had kunnen lezen. Maar hij handelt niet in het geheim, niet in het geniep, niet ondergronds. En dat maakt Doede de Jong zo’n bijzondere man. 
Hij betracht volledige openheid, hij is transparant, hij laat zien waar hij mee bezig is. Hij staat met een foto in de krant tussen de wietplanten, u heeft het zelf al aangehaald mevrouw de voorzitter, hij verbouwt wietplanten onder het oog van de camera. En je zou kunnen zeggen: hij is een inbreker die zijn visitekaartje achterlaat. Volledige transparantie. En zo een is er verder niemand in heel Nederland. En het opsporen van cliënt in deze zaak is natuurlijk een 1-2-3tje geweest.

We moeten er voor waken te denken dat hier iemand zit die trots is, van: kijk mij eens even, ik moet lekker voorkomen en ik kan mijn boodschap verkondigen. Zo is het niet. Maar het is wel zo, daar hoef ik ook niet moeilijk over te doen, dat hij de aandacht wel gebruikt om een discussie aan te zwengelen. 

Om de hypocrisie in zijn visie van het Nederlandse cannabisbeleid aan de kaak te stellen. Het feit, u bekend, dat coffeeshops wel wiet mogen verkopen, maar hoe het er komt: Joost mag het weten. Je mag het in ieder geval niet telen, je mag het niet bezitten, je mag het niet aanvoeren, dus op een bepaald moment hebben de coffeeshops wiet, die ze eigenlijk niet zouden moeten hebben. Dat is natuurlijk niet uit te leggen. Ik snap de term hypocriet van cliënt.

Doede de Jong spreekt tijdens de vijfde Cannabis Bevrijdingsdag, Amsterdam, 16 juni 2013 (© Gonzo media)



Doede de Jong spreekt tijdens de vijfde Cannabis Bevrijdingsdag, Amsterdam, 16 juni 2013 (© Gonzo media)
 
Uit opinieonderzoek, van een paar maanden geleden, blijkt dat vijfenzestig procent van de Nederlandse bevolking voor regulering van de cannabisteelt is.
Vijfenzestig procent. En opmerkelijk in dat onderzoek: ook vijfenzestig procent van de VVD-stemmers. En wat meer van de ene partij en wat minder van de andere partij, maar globaal dus ook vijfenzestig procent. En als je dat verdisconteert in zetels, daar kwamen die aantallen van cliënt vandaan, dan zou dat inderdaad overeenstemmen met 129 zetels in de Tweede Kamer. Dat is de stem des volks, dat is een opinieonderzoek ‘regulering van cannabisteelt’.

Coffeeshops verkopen wiet.
 En die wiet moet ergens vandaan komen. Maar zoals ik al zei: het mag niet. En dat is in strijd met de mening van de overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking. Misschien een wat kromme vergelijking, maar je zegt tegen een kastelein in een café ook niet: verkoop maar bier, maar je mag het niet inkopen. Of de brouwerij mag het niet brouwen. Ja, dat kun je ook niet uitleggen. Die vergelijking gaat hier ook op. Opnieuw, de term hypocriet van cliënt snap ik wel. Ik snap dat hij tegen deze hypocrisie ageert. Het is cosmetische wetgeving, en die wil cliënt aan de kaak stellen. Op een open, eerlijke en transparante wijze.

Mijn cliënt zei in een interview, het zit bij de stukken: “Het enige wat het OM doet is me neersabelen omdat ik me teveel profileer. Ook ik heb een hekel aan criminelen en zet me in voor de volksgezondheid door het verbouwen van biologische wiet. Ik ben een médestander, geen tegenstander.” En in min of meer dezelfde bewoordingen heeft hij zich vandaag ook hier geuit. En zo is het: een medestander.

De officier van justitie heeft een voor een groot deel academisch betoog gehouden over de vraag of het überhaupt wel kan: reguleren of  misschien nog wel verder legaliseren van softdrugs. Daar wil ik niet al teveel over zeggen, die discussie moeten we hier misschien wel voeren, maar u hoeft daar geen antwoord op te geven. En u kunt dat ook niet, want daar staan we hier vandaag niet voor.


Beeld: MarijuanaMajority.org
Beeld: MarijuanaMajority.org

Feit is wel dat er ondertussen heel veel landen zijn waar het drugsbeleid als het gaat om hennep, cannabis, versoepeld is. 
Zelfs in landen waar dat tot voor kort volkomen ondenkbaar was.
 Portugal, Marokko, enige staten in de Verenigde Staten, Uruguay, landen die vele malen verder zijn. 

In Spanje en België wordt geëxperimenteerd met legalisering. Ook in die landen is ooit een omslag gekomen. Daar hebben ze ooit gedacht “het moet niet”, maar er is een omslag gekomen. 
Die hebben dus nu gedacht: het moet wel. En al die landen hebben te maken met VN regelingen of EU regelingen waaraan de officier refereert. 
Als het dan zo strikt zou zijn, dat er dus geen ruimte is om verder te gaan dan we nu gaan in Nederland, zoals minister Opstelten inderdaad beweert, dan moet de minister en anders de officier namens hem maar uitleggen hoe het dan in vredesnaam mogelijk is dat het in die landen wél kan. Lappen die al die regelingen aan hun laars? Kennelijk wel, maar dat lijkt mij niet juist.

Presentatie van het burgemeestersmanifest 'Joint Regulation', Utrecht, 31 januari 2014. V.l.n.r. Rob van Gijzel, dagvoorzitter Ruben Maas, Victor Everhardt en Paul Depla (© Gonzo Media)



Presentatie van het burgemeestersmanifest 'Joint Regulation', Utrecht, 31 januari 2014. V.l.n.r. Rob van Gijzel, dagvoorzitter Ruben Maas, Victor Everhardt en Paul Depla 

(© Gonzo Media)



Doede de Jong hoopt met deze strafzaak de regulering dan wel legalisering op de kaart te zetten.
 

En hij hoopt dat deze zaak als een soort van katalysator werkt om de wet en het beleid naar aanleiding van die wet te veranderen. En in de Nederlandse samenleving is tot op hoog niveau dit huidige cannabisbeleid bekritiseerd. Een opmerkelijk en ook een mooi voorbeeld vind ik het manifest ‘Joint Regulation

Eind januari hebben burgemeesters van grotere gemeenten, u bekend ongetwijfeld, vijfendertig grotere gemeenten die oproepen om een landelijk stelsel van gecertificeerde en gereguleerde cannabisteelt in te voeren. En ik citeer uit het manifest: “Het cannabisbeleid is ook dringend aan vernieuwing toe”. 
En het zijn niet de minsten. Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven, Maastricht en hier in de buurt Leeuwarden, Groningen, Smallingerland. V

eel burgemeesters. Die gemeenten zijn het dus niet eens met het landelijk uitgevoerde beleid. En Doede de Jong heeft, het staat in de reclasseringsrapportage, markant, de burgemeester van Leeuwarden laten weten, schriftelijk, wel bereid te zijn zo’n gecertificeerde kwekerij te zijn. 
En ik denk dat elke coffeeshop blij is als hij van Doede de Jong geleverd zou krijgen, want dan ben je gegarandeerd van goede kwaliteit, vrij van schadelijke stoffen. En dat is het gebrek aan de wiet, over het algemeen, in coffeeshops.

Cannabis Sativa onder de Hollandse zon (© Gonzo media)
Cannabis Sativa onder de Hollandse zon 
(© Gonzo Media)

Afgelopen week stond in de Leeuwarder Courant een artikel onder de kop ‘Weinig wiet voor fijnproevers’
Dat ging om een coffeeshop in Drachten. En de eigenaar werd aan het woord gelaten en zij beklaagde zich over de kwaliteit van de wiet tegenwoordig. Ik pak er één citaat uit. “De omslag kwam toen de politie ging jagen op kleine kwekers. De binnenteelt dook op, met lichtbakken om ideale omstandigheden creëren. Maar de liefhebbers durfden het niet meer aan. 
Zij kapten er mee of beperkten zich tot een paar plantjes. Wat krijg je dan? Ik moet nu inkopen bij grote kwekers in het criminele circuit. Daar gaat het er hard aan toe. En het gaat niet meer om mooie planten, maar om geld. 
Zo’n kweker heeft geen moeite met zo’n rondje gif spuiten als hij duizend planten heeft staan en er komt spint in.” Einde citaat.

Schrijnend. Zorgwekkend. 
Want door kwekers als Doede de Jong te vervolgen en samen met hem nog vele anderen, gaat de kwaliteit achteruit en moeten de coffeeshops inkopen bij de crimineel, bij de grote organisatie, die niet terugdeinst voor geweld, waarbij het om geld gaat. En cliënt zegt niet voor niks, en dit citaat past daar honderd procent bij, dat het huidige beleid juist criminaliteit en onveiligheid in de hand werkt. En dat is een praktijk die volstrekt haaks staat op alles waar dat beleid voor staat. In ieder geval: voor zegt te staan. Dat ter inleiding.

De vraag die ik mijzelf heb gesteld is: waarom moet mijn cliënt worden vervolgd?
Het is iemand die juist zorgt voor controle op de wietteelt, iemand die de kwaliteit bevordert door biologisch te telen, iemand die bewust teelt om regulering en legalisering van cannabis op de kaart te zetten. Waarom moet hij zich nu verantwoorden voor uw rechtbank? Hij, het uithangbord van wiet kwekend Nederland?

Het OM heeft in zijn algemeenheid de bevoegdheid om zelfstandig te beslissen of vervolging moet worden ingesteld. Dat staat in de wet. De rechter kan in uitzonderingsgevallen deze beslissing toetsen en dan is er slechts in uitzonderingsgevallen plaats voor niet ontvankelijkheid van het OM in de vervolging, als het in strijd komt met de beginselen van een goede procesorde. 
Recente rechtspraak van de Hoge Raad, althans een criterium dat de Hoge Raad daarbij sinds kort hanteert is dat ‘geen redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie heeft kunnen beoordelen dat met de vervolging enig door  strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn’. Dat is het criterium waaraan we  moeten toetsen. Een redelijk handelend lid van het OM, en er moet enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend zijn.


Omslag van Intraval rapport Coffeeshops in Nederland 2012



Omslag van Intraval rapport Coffeeshops in Nederland 2012
 
Welk door strafrechtelijke handhaving beschermd belang is gediend met de vervolging van cliënt? Is het omdat het in de wet staat? Maar in dat geval negeert het OM de signalen uit de maatschappij en bovendien negeert het OM daarmee ook de inconsequentie van het door hem zelf uitgevoerde achterdeurbeleid. 

Want hoe moet de coffeeshop die wiet geleverd krijgen? Dat kan alleen maar door teelt. En levering aan coffeeshops wordt aangemoedigd, ik wijs in dit kader op een recent WODC rapport, ‘Coffeeshops in Nederland 2012′. 
Daarin is onder meer opgenomen, kort gezegd, dat het doel bereikt is: “de coffeeshop heeft op gebruikersniveau zijn doel bereikt, de markten van soft- en harddrugs zijn gescheiden, de cannabisconsument kan in relatieve rust en veiligheid cannabis gebruiken”. Dus kort gezegd: de coffeeshop deugt. En een overgrote meerderheid, gaf ik u al aan, wil regulering van de teelt.

Kun je de man, die de cosmetische wetgeving en het cosmetische beleid aan de kaak stelt, kun je die man als redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie vervolgen? Is daarmee een beschermd belang gediend? 
 Ik zou zeggen: integendeel. 

Doede de Jong verdient lof voor zijn moed. Hij durft zijn hoofd boven het maaiveld uit te steken. Hij durft met het telen van plantjes de discussie over het in zijn ogen wankelmoedige cannabisbeleid aan te vallen. En hij zegt: het OM had mij niet moeten en mogen vervolgen.

Hennep in Oudemans: 'De flora van Nederland' (1859)



Hennep in Oudemans: 'De flora van Nederland' (1859)
 
Maar daar komt bij, wat is dan formeel het te beschermen belang?   
Want dat is een criterium waar de Hoge Raad naar kijkt. Daar heb ik ook naar gekeken. Bij de strafbaarstelling in de Opiumwet stond het beschermen van de volksgezondheid als uitgangspunt voorop. 
En dan gaan we heel ver terug in de tijd, 1865. Dat is in de loop van de tijd, toen was er nog geen hennep in de wet opgenomen, is dat aangepast, het cannabisverbod kwam vroeger niet voor, we hebben een Opiumwet van 1919, gewijzigd in 1928. Het staat in mijn pleitnota, de vindplaatsen staan daar ook bij. En wat ik van belang vind in die gewijzigde Opiumwet, 13 artikel 2, lid 2, de criteria geformuleerd voor de opneming van een middel in de wet. 
En ik citeer: “Bij Algemene Maatregel van Bestuur kunnen worden aangewezen: bewustzijnsbeïnvloedende middelen welke bij aanwending bij de mens kunnen leiden tot schade voor zijn gezondheid en schade voor de samenleving.”

Gezondheidsschade dus. Dat is de basis, de ratio van de Opiumwet en van het strafbaar stellen van middelen. En dat blijkt ook uit de Aanwijzing van de Opiumwet die in 2010 van toepassing was: “uitgangspunt van dit beleid blijft het gezondheidsbelang”. Dus ook in de Aanwijzing van het OM staat dat gezondheidsbelang. Dus de ratio is het beteugelen van gezondheidsschade, de ratio is het belang van die gezondheidsschade in de gaten te houden.

En wat doet cliënt? Die spant zich juist in om die gezondheidsschade juist in te perken. Door biologisch te telen, door geen schadelijke middelen te gebruiken. Misschien wat cynisch, maar in plaats van een taart of een lintje, krijgt hij een dagvaarding. Ik meen dat geen redelijk handelend lid van het OM tot vervolging zou kunnen besluiten, om deze reden primair niet ontvankelijkheid.

Twee: de redelijke termijn. En dan met name de redelijke termijn ten aanzien van de feiten een en twee. Drie en een half jaar geleden.
Het zijn geen woorden die ik snel gebruik, maar het is natuurlijk schandalig lang dat we hierop hebben moeten wachten. 
De officier heeft daar al het een en ander over gezegd. Hij zegt: het OM steekt de hand in eigen boezem, er zijn geen redenen voor. Een verdachte heeft recht op behandeling van zijn strafzaak binnen een redelijke termijn en een redelijke termijn is grofweg twee jaar volgens de Hoge Raad. 
Daar zijn we dik over heen. En het begint te lopen op het moment dat jegens de betrokkene een handeling is verricht, zegt de Hoge Raad, waaraan hij in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat hij zal worden vervolgd, kort gezegd. Dat hoeft niet per se het eerste verhoor te zijn, maar het kan wel. In ieder geval is het moment van inverzekeringstelling, maar dat is in deze zaak niet aan de orde.


De Amerikaanse bestseller-auteur en hennepdeskundige Doug Fine op bezoek bij Doede in Appelscha, november 2013 (© Gonzo media)




De Amerikaanse bestseller-auteur en hennepdeskundige Doug Fine op bezoek bij Doede in Appelscha (© Gonzo media)

Wat is wel aan de orde? Cliënt was in 2008, dus vlak daarvoor, vervolgd, hij was opgepakt.
En ten tijde van deze zaak liep het hoger beroep, binnen twee, drie maanden moest hij zich verantwoorden voor het Hof in hoger beroep.
 Cliënt is principieel, daar is in de verhoren ook over gesproken, dat hij er niet voor weg draait dat hij opnieuw kweekt. En met die omstandigheden, wetende dat de politie het weet, wetende dat nog een vervolging loopt in die zaak van vlak daarvoor, meen ik dat hij aan dat eerste verhoor wel de verwachting kon ontlenen dat hij zou worden vervolgd. En dan gaat het om een termijn van drie en een half jaar.

En het is niet alleen die redelijke termijn, die onredelijke termijn. Want het OM heeft cliënt een molensteen om de nek geworpen, door vlak daarna een ontnemingsvordering van afgerond een half miljoen euro op te stellen. En dat was nog niet alles, er werd ook conservatoir beslag gelegd op de woning van cliënt. U kunt zich in zijn algemeenheid wellicht voorstellen dat dit tot slapeloze nachten leidt. De reclassering beschrijft dat en daarin worden verschillende terminologieën van cliënt en van zijn echtgenote genoemd; ‘ik word er beroerd van’, ‘dat heeft een enorme impact gehad’, zo staat het in de reclasseringsrapportage beschreven. Dat komt er dan nog bij.

De vraag is wat voor rechtsgevolg moet dit hebben. 
U kent de jurisprudentie. Hoge Raad 2008 zegt dat schending van de redelijke termijn niet meer leidt tot niet ontvankelijkheid. Volgens de Hoge Raad bieden de verjaringsregels voldoende bescherming tegen inactiviteit van politie en justitie. Dat is 2008. Ik weet dat die verjaringsregels intussen zijn aangepast, dat weet u ook. 
En ik weet ook dat feitenrechters buitengewoon kritisch zijn als het gaat om dit soort grove termijnoverschrijdingen. 
En ik weet dat feitenrechters wél overgaan tot niet ontvankelijkheid van het OM. 
Met enige regelmaat zou ik durven stellen, beslissen strafrechters tot niet ontvankelijkheid op basis van overschrijding van de redelijke termijn. Zowel in, misschien iets meer, in jeugdzaken, waar de termijnen natuurlijk korter zijn, maar ook in volwassenen zaken. 
En soms in combinatie met schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde. Ik heb in mijn pleitnota een scala aan rechtsvragen opgenomen, waarin dat door feitenrechters is beslist.

Doede de Jong (Foto: Bleijs Film)
Doede de Jong (Foto: Bleijs Film)

En ik meen dat in deze zaak niet kan worden volstaan met, naar ik aanneem, het mee laten wegen in de strafmaat, hoewel dat niet expliciet is vermeld door het Openbaar Ministerie, maar dat is mijn eigen invulling, dat dat wel straf matigend heeft gewerkt, maar dat hier een forsere sanctie op zijn plaats is. 

Wat mij betreft niet ontvankelijkheid ten aanzien van de feiten een en twee, want ten aanzien van feit drie is er een andere termijn, namelijk een jaar later, dus ook een jaar minder termijnoverschrijding.

Heel kort iets over het bewijs van feit twee. Er is dertig kilo natte hennep gevonden. Zonder daar een al te academisch verhaal over te willen houden: natte hennep betekent dat er heel veel water in zit en als je dat eraf haalt, dan houd je hennep over. 
Dat is natuurlijk geen dertig kilo. Ja, dertig kilo natte hennep, maar water is niet strafbaar. Als ik kijk naar wat daar in de praktijk van af moet worden gehaald dan is dat vijfenzeventig procent, dus je houdt ongeveer een kwart over. 
 Dan praat je over een paar kilo, maar precies weten we dat ook niet en ik verzoek u dan ook slechts bewezen te verklaren een  hoeveelheid van meer dan dertig gram, dan zijn we gedekt. Maar die dertig kilo is wat mij betreft niet aan de orde.

Dan de afdoening. Hoe moet je nou die zaak afdoen? 
De verdediging zal een voorstel doen. Het handelen van cliënt staat in het teken van, zoals ik al aangaf, van zijn strijd tegen het inconsistente en onrechtvaardige cannabisbeleid. Enerzijds kunt u zich op het standpunt stellen van ‘ja, de wet verbiedt het nou eenmaal, er zijn oriëntatie handvatten en daar kijken wij naar en we hebben niet zoveel reden om daar vanaf te wijken. Dat is min of meer vrij vertaald hoe het Openbaar Ministerie tegen deze zaak aankijkt. En zoals cliënt ook in 2010 door het Hof is berecht. Dat is de ene kant.

Coffeeshop Meneer Jansen, Den Haag (© Gonzo media)
Coffeeshop in Den Haag 
(© Gonzo media)

Aan de andere kant constateer ik een kanteling in de rechtspraak in de afgelopen tijd. Rechters worstelen, is mijn indruk, in de praktijk met dat tweeslachtige karakter van het hennepbeleid. En ik wijs ter illustratie op een paar uitspraken.
De rechtbank Midden Nederland van drie maanden geleden, dan pak ik de recente uitspraken, daar ging het om het vervoer van anderhalve kilo hennep naar een coffeeshop. 
De rechtbank overweegt “dat deze exploitatie”, van de coffeeshop, “noodzakelijkerwijs betekende dat een strafbaar feit werd gepleegd door hennep te vervoeren ter bevoorrading van die shops”,  “disculpeert haar niet”, haar is dan de verdachte, “maar kleurt het feit wel in hoge mate”. 9 maart. 
 Schuldig zonder oplegging van straf.

Sky High, is al even genoemd, in Zwolle. Schuldig zonder oplegging van straf, nadat de rechtbank onder meer de autoriteiten had verweten boter op het hoofd te hebben, omdat ze wel op de hoogte waren van de bevoorrading, maar nooit enige controle of navraag hadden gedaan.

Rechtbank Den Bosch, Oost Brabant, ook een bevoorrader van een coffeeshop, dus die rijdt naar een coffeeshop. En de rechtbank spreekt in dat vonnis van “een paradoxale situatie dat de exploitatie van een coffeeshop gedoogd wordt, maar de bevoorrading verboden is”. En vrij vertaald zegt de rechtbank: het is een wezenlijk onderdeel van een verantwoorde exploitatie van een coffeeshop om geleverd te krijgen. Schuldig zonder oplegging van straf.

En de rechtbank Amsterdam, zelfde conclusie, zelfde casus min of meer, die spreekt van een ‘merkwaardige en niet anders dan als schijnbaar tegenstrijdig aan te duiden feit dat de exploitatie mag maar de bevoorrading niet en de teelt ook niet.” Acht en een halve kilo hennep. 9 maart.

Doede thuis in Appelscha, juli 2013 (© Gonzo media)
Doede thuis in Appelscha, juli 2013 
(© Gonzo media)

Een argument zou kunnen zijn van ja, De Jong, prachtig verhaal, maar jij moet niet hier zijn, je moet in Den Haag zijn, op het Binnenhof. 

Die politieke strijd moet je niet in het gerechtsgebouw voeren, maar in het parlement. Maar dat argument gaat niet op. 
In de eerste plaats al niet omdat er pas… nee, 
laat ik het anders formuleren, dat niet zelden wetgeving wordt aangepast naar aanleiding van gerechtelijke uitspraken. 

Ik noem u twee voorbeelden: de euthanasiewetgeving van 2002, artikel 93 strafrecht, is codificatie van op dat moment bestaande jurisprudentie. 
En de AHOJ-G criteria, dan gaan we heel ver terug in de tijd, ook min of meer codificatie van rechtspraak. 
Dus dat kwam er pas nadat rechters met de vuist op tafel sloegen. Nadat rechters zeiden: we willen het anders. 

Dus rechterlijke uitspraken zijn reden om wetgeving aan te passen.
Daarnaast kunnen uitspraken van feitenrechters een signaal afgeven dat heersende rechtspraak niet geldt. Ik noem als voorbeeld het tongzoen-arrest. 
De Hoge Raad is om gegaan om een tongzoen als verkrachting te kwalificeren, omdat feitenrechters zeiden: ja, hier kunnen we niks mee. 
En die negeerden de Hoge Raad.
Bijzonder. 

En de Hoge Raad heeft dat gezien en die overweegt, ik citeer: “In het bijzonder de in dit tongzoen-arrest neergelegde opvatting heeft van meet af aan vrij algemeen in de wetenschappelijke literatuur kritiek ondervonden en is in de feitenrechtspraak ook niet steeds gevolgd”. 
Dus de Hoge Raad constateert van, we hebben dit geoordeeld, dit is onze lijn, maar we zien feitenrechters ons links en rechts inhalen en het niet met ons eens zijn. En dat is de reden dat wij terug komen op die eerdere rechtspraak. Dus ook daar loont het om als feitenrechter eigenwijs te zijn. In dit geval zodanig om de koers van de Hoge Raad bij te stellen.

Daarnaast is het in het huidige tijdsgewricht niet ongebruikelijk dat rechters wijzen op de knellende band van een wetsbepaling en soms heel bewust de wet negeren. Een paar voorbeelden. De rechtbank Amsterdam vond de band van 63 strafrecht veel te knellend. Die negeerde domweg artikel 63 strafrecht. 
Op grond van artikel 63 strafrecht had die verdachte in die concrete zaak slechts vier jaar gevangenisstraf kunnen krijgen, maar dat vonden ze te weinig. En ze hebben tien jaar opgelegd. En ze hebben uitgelegd dat artikel 63 strafrecht niet werkt. Over eigenwijze rechters gesproken.

In de Amsterdamse zedenzaak heeft diezelfde Amsterdamse rechtbank spreekrecht toegekend. In strijd met de wet, in strijd met de wetsgeschiedenis en in strijd met de recente rechtspraak van de Hoge Raad, van een paar dagen daarvoor. Over eigenwijze rechters gesproken.

Beeld: Studio Baerveldt
Beeld: Studio Baerveldt 

Een ander voorbeeld. 
509t lid 2, tbs. Een nieuwe bepaling, nieuw tussen aanhalingstekens: rechters mogen niet meer onvoorwaardelijke tbs beëindigen, maar er moet altijd minimaal één jaar voorwaardelijke beëindiging aan vooraf gaan. Een ondoordachte wetsbepaling, die veel kritiek van rechters oplevert. 
Omdat het in strijd is met diezelfde wet, waar in staat dat als er geen gevaar meer is voor herhaling van een min of meer soortgelijk delict, dat dan de tbs niet wordt verlengd. 
Inmiddels heeft het Hof Arnhem Leeuwarden geoordeeld dat het toepassen van deze wetsbepaling, dus van de wet die er gewoon ligt, in strijd kan komen met artikel 5 van het EVRM en in sommige gevallen, voorkomende gevallen, buiten toepassing moet worden verklaard. Het Hof, de hoogste instantie in tbs zaken zoals u weet, heeft geoordeeld dat die wet dus niet deugt. En dat die in voorkomende gevallen, afhankelijk natuurlijk van de omstandigheden van het geval, genegeerd moet worden.

De wet beperking oplegging taakstraffen. Dagelijks mee te maken, ik hoef er niet veel over te zeggen. Maar rechters kunnen er niet mee uit de voeten, want ze willen maatwerk leveren. 
Er staat in de wet dat je in sommige gevallen geen taakstraf mag opleggen. Er volgen kritische opmerkingen, in vonnissen, in arresten, en rechters gaan links en rechts om die wet heen en proberen dat op een heel creatieve manier op te lossen, om dat bewuste wetsartikel te omzeilen.

Signalen van kritische rechters worden serieus genomen. 
En rechters liggen in hennepzaken in een spagaat, cliënt noemde die term ook al. De wetgeving staat onder spanning, maar met verwijzing naar de wet kan de rechter de breuk in het maatschappelijk draagvlak voor dit soort zaken tot dusver steeds lijmen. Het is de makkelijkste weg: het staat in de wet, het mag niet, klaar. Dat vonnis hoeft niet lang te zijn.

Maar willen we dat ook? Wilt u dat ook? Wilt u opnieuw, ondanks alle punten die ik heb aangevoerd, en ondanks het gebrek aan maatschappelijk draagvlak en ondanks de kritiek, niet alleen in de literatuur maar ook in de rechtspraak, opnieuw die breuk lijmen en zeggen, ja het staat in de wet, je moet maar in Den Haag zijn.

Hoe lang gaan we daar mee door? Dat is de vraag. U kunt ook een daad stellen. En die daad zou wat mij betreft zijn een schuldigverklaring zonder oplegging van straf.
Ik voeg daar wel iets aan toe. 
En ik verklap nooit op voorhand de inhoud van mijn pleidooi. Alleen in de documentaire, die ook aan de stukken is toegevoegd en waar de officier ook naar gekeken heeft, had ik dit helaas al wel verklapt. Dus het zal voor u geen verrassing zijn, maar ik verzoek u om een overweging in het vonnis op te nemen. Cliënt is een gepassioneerd pleitbezorger van het reguleren van cannabisteelt. 
En zoals ik al zei, rechters worstelen daar mee in de praktijk, niet alleen de rechter maar uiteindelijk is ook de wetgever aan zet. En u kunt de helpende hand bieden. U kunt cliënt en zijn vele medestanders geheel subsidiair de helpende hand bieden.

Beeld: VOC
Beeld: VOC

De rechtbank Den Haag oordeelde afgelopen jaar in een zaak over oplichting via Marktplaats dat de bepaling van 326 strafrecht te beperkt was. 
En die oordeelde dat, de verdachte ging vrijuit, dat het op de weg van de wetgever ligt om ter zake actie te ondernemen. Dus zo’n overweging ten overvloede kon de verdachte in die zaak, althans in dat geval de slachtoffers, wellicht gebruiken om actie te ondernemen.

De rechtbank Gelderland heeft recent een soortgelijke overweging opgenomen en daar ging het om de vraag of je na een openbare behandeling nog kunt schikken. Nee, zei de rechtbank, maar tegenwoordig is daar wel behoefte aan. En toen gaf de rechtbank Gelderland in overweging dat het aan de wetgever is om die mogelijkheid te geven. Dus het gebeurt al.

En ik ga nog even terug naar de pleitnota, ik citeer, op pagina 14 bovenaan: rechters, onder meer het gerechtshof Den Haag heeft bij problematiek rondom de aanvraag van verklaring van goed gedrag een bepaling opgenomen die zei van, nou, formeel leggen we die straf op, maar daar kun je last van krijgen, en neem dit arrest mee als je een aanvraag gaat doen voor een VOG, want wij vinden dat je die verklaring VOG moet krijgen. Dat is ook een overweging ten overvloede, dat heeft dan niets met die strafzaak zelf te maken, maar is wel belangrijk voor het vervolgtraject. 
En in deze lijn verzoek ik u in een extra overweging in het vonnis de wetgever aan te moedigen de wetgeving op dit punt aan te passen. Dat voor wat betreft de hoofdzaak.

Maar niet onbelangrijk is de ontnemingszaak.  
Ruim vijf ton. De redelijke termijn, daar heb ik al iets over gezegd, geldt natuurlijk voor de ontneming ook. Tweede punt: beginselen behoorlijke procesorde. Die beginselen brengen mee dat als je als Openbaar Ministerie bij de rechter een vordering  wederrechtelijk verkregen voordeel indient, dat je verplicht bent om inzichtelijk te maken waar het voordeel uit bestaat. 
Het moet onderbouwd worden. En dat is het absoluut niet. En ik begrijp de vordering, en dat is ook niet anders na het requisitoir, dat we niet kijken naar de planten in kas 2. Dat waren planten in de opkweekfase zegt de politie, die tellen niet mee. 
Wel relevant is wat in kas 1 is aangetroffen. 143 hennepplanten en wat ze dan hennepbomen noemen, grote planten, maar in ieder geval die 39. En ook de opbrengst van de buitenteelt en de voorraad speelt een rol.

Ik kijk naar het proces verbaal van bevindingen, mevrouw de voorzitter, leden van de rechtbank. Daarin is een beschrijving opgenomen van hetgeen de verbalisant heeft aangetroffen voor zover dat nog niet op de foto’s te zien zou zijn en voor zover dat nog een punt van discussie zou zijn, maar ik noem het toch maar even. “Ik zag dat deze kas was gebouwd met een ijzeren frame welke was afgedekt met een transparante folie”. In tegenstelling tot kas 1, dat was met zwart landbouwplastic, dus dat was verduisterd.
Dus we hebben het over een kas die niet is verduisterd. 
En ik denk: ben ik nou gek? Zie ik iets over het hoofd? Doe ik wat raars? 
Maar ik zou zeggen, het mag als een feit van algemene bekendheid worden verondersteld, niet alleen bij mij, niet alleen bij alle burgers, maar zéker bij het Openbaar Ministerie, zeker als vervolgende instantie, dat een hennepplant pas bloeit op het moment dat de dagen korter worden. 
En een hennepplant in de buitenlucht, die bloeit dus pas, in ieder geval na de langste dag, afhankelijk van allerlei omstandigheden. En er is geen sprake van verduistering, dus kun je maar één keer oogsten. Niet meer en niet minder. Er zijn geen lampen in kas 1. 
Het gaat dus om daglicht, dus heb je het over één oogst. Max.

Doede de Jong, vierde Cannabis Bevrijdingsdag, 17 juni 2012, Westerpark, Amsterdam (Fotoo © Jolien Holthuis)



Doede de Jong, vierde Cannabis Bevrijdingsdag, 17 juni 2012, Westerpark, Amsterdam (Foto© Jolien Holthuis)

Een jaar later staat de politie er weer, in 2011. Diezelfde kas wordt weer omschreven, min of meer dezelfde omstandigheden, er worden ook weer planten aangetroffen. 

En dan zegt de politie in het proces verbaal: “er zijn geen omstandigheden aangetroffen die duiden op een eerdere opbrengst uit de exploitatie van de aangetroffen hennepkwekerij. 
En om die reden is er geen ontnemingsrapportage opgemaakt. Wat is het verschil tussen 2011 en 2010? 2011 kan ik wel plaatsen. Want hij is in 2011 opgepakt, je kunt maar één keer per jaar oogsten en vóór die oogst, oktober 2011, is de politie weer op bezoek, dus je hebt niet geoogst. Dat snap ik. 
Maar waarom in 2010 dan wel? En niet één keer geoogst, het OM stelt in het rapport, en het OM blijft er vandaag ook weer bij, dat de verdachte één tot zeven keer heeft kunnen oogsten en gemakshalve wordt dan van een gemiddelde van 3,5 uitgegaan. Alsof je daarmee de verdachte tegemoet komt.

Je kunt niet 3,5 keer oogsten, je kunt niet drie keer oogsten, je kunt niet twee keer oogsten, je kunt maar één keer oogsten. Mits jouw lamp de zon is. 
En dat was zo. Dat wordt alleen anders op het moment dat je zwart landbouwplastic gebruikt, dat wordt anders als je kunstlicht gebruikt, dat wordt anders op het moment dat je het kunstmatig in stand houdt. Maar dat is niet zo en dat blijkt ook niet uit de stukken dat het zo is.

We hebben het hier niet over binnenteelt, we hebben het hier over buitenteelt
En aan dat uiterst relevante aspect is de politie, maar ook de officier van justitie vandaag ter terechtzitting, volkomen voorbij gegaan. En je hebt het over een man die vijf ton om zijn nek heeft hangen. Wat een enorme impact heeft. 
Die denkt: na deze strafzaak ben ik failliet. Want die gevolgen zal het hebben op het moment dat het zal wordt toegewezen. En wat mij betreft volkomen ten onrechte. En ik wind me niet snel op, maar hier, ik heb er 24 keer naar gekeken, ik denk, wat ik al aangaf, zie ik wat over het hoofd? Maar nee.

Daar komt nog bij dat de politie, ik heb het in de ondervraging van mijn cliënt al aangegeven eerder vandaag, in kas 2 een soort van meting doet. Die kijkt naar de luchtvochtigheid, 85 procent en die kijkt naar de temperatuur, negen graden. Cliënt geeft al aan, nou ja, er is geen enkele reden om aan te nemen dat het in die andere kas anders zou zijn. Want dat was gewoon plastic, er was geen verwarming en dat was niet geïsoleerd. 
Als het buiten negen graden was, dan zal het daar ook negen zijn. Misschien omdat je minder last hebt van de wind zal het tien zijn, maar daar is het geen twintig graden. En misschien wat eufemistisch maar dat zijn geen ideale temperaturen om een plant te laten groeien, integendeel. Ook daar is volkomen aan voorbij gegaan.

Er is niet eens gekeken wat de omstandigheden waren waaronder is gekweekt. Het enige wat ik heb geconstateerd wat in beslag is genomen is 132 planten, zes ventilatoren en drie petroleumkachels. 
Over een grote oppervlakte, want dat heeft u ook gezien, cliënt geeft aan: die petroleumkachels waren niet bestemd voor verwarming, ik denk dat ze niet eens kunnen zijn bestemd voor verwarming, want dan moet je echt andere apparatuur hebben, maar die waren bedoeld om eventuele schimmels te bestrijden. En de planten kwamen vanuit de tuin, zegt cliënt, en die stonden, nou, een maand, misschien iets langer, in die kas, die waren van buiten naar binnen gereden.

Zonder te weten hoe warm of koud het was, het gaat om een kas zonder isolatie, zonder verwarming, met wat plastic afgedicht, is een schatting van de opbrengst niet te maken. En dat is volkomen genegeerd. 
En opmerkelijk is dat het rapport al is gemaakt voordat cliënt is gehoord. Dat zie ik niet zo vaak. Met andere woorden: het horen van cliënt deed er helemaal niet meer toe. Men ging er al van uit: zo is het. Maar het verhoor van cliënt is ná het opmaken van het rapport van de politie geweest. Niet verwarmde kas, sterk afhankelijk van allerlei omstandigheden waaronder licht, waaronder temperatuur, waaronder vochtigheid, en daar is geen enkele rekening mee gehouden.

Wat ik opvallend vind is dat de kwekerij in 2010 als hoog professioneel wordt getypeerd. En wat daarbij staat, want een van die indicatoren is dan dat er sprake is van verwarming, en ik citeer, “thermostaat aangestuurd”. 
Cliënt betwist dat, dat heeft hij vandaag weer gedaan. 
Nou kan de verdachte het wel betwisten, als uit de stukken anders blijkt, dan hoeft u daar geen waarde aan toe te kennen. Maar uit niets blijkt dat uit het dossier. 
Er was geen thermostaat aangestuurde verwarmde kas, integendeel. En bovendien: waarom zou je anders petroleumkachels nodig hebben om eventueel schimmel te bestrijden als er centrale verwarming met thermostaat in die kas aanwezig was? Dus het klopt niet.

In 2011 treft de politie diezelfde kas weer aan, weer met planten, en nu ineens is de professionaliteit laag. Er is geen centrale verwarming, terwijl die in 2010 volgens de politie er wel was, maar die is niet in beslag genomen en is ook niet beschreven. Ook in 2011 is de tunnelkas afgedekt met licht doorlatend plastic. 
En ik zeg het niet zo vaak, maar het lijkt er sterk op dat het proces verbaal over datgene wat in 2010 is aangetroffen misleidend is geweest ten aanzien van de verwarming. En het feit dat cliënt biologisch teelt en dus andere middelen gebruikt ter bestrijding van wat dan ook maar, is niet meegewogen in de berekening, want dat betekent dat de opbrengst lager is. Dat heeft cliënt vandaag ook uitgelegd.

In rond Nederlands: voor een serieuze ontnemingsvordering is de onderbouwing ronduit gebrekkig. En ik zeg: daarmee is tekort gedaan aan de rechten die cliënt heeft. Hij heeft er recht op om zich eerlijk te kunnen verdedigen. Hij heeft er recht op dat als er meer dan vijf ton wordt gevraagd, dat deugdelijk inzichtelijk wordt gemaakt waarop die vijf ton is gebaseerd. En op het moment dat het bij de eerste stap al mis gaat, 3,5 oogst, terwijl je maar één keer kunt oogsten en dan hebben we het alleen over 2009, want in 2010 is het niet tot een oogst gekomen want stond de politie er al, dan sla je de plank wat mij betreft finaal mis.
 
En ik wijs nog even ten overvloede en ook even buiten de pleitnota om, maar wel illustratief, op pagina tien van dat ontnemingsrapport, daarin wordt over het jaar 2010 beschreven hoeveel kilo dan zou zijn opgebracht. En daar staat onder meer, van de buitenteelt nogmaals, 2010, van de buitenteelt van 116 planten waren er zoveel getopt, dat levert een opbrengst op van zo en zoveel, maar omdat het in oktober was nemen we tien twaalfde, dus komen we uit op 8,5 kilogram.

Waarom tien twaalfde? 
Dan hebben ze gewoon niet door gehad dat er maar één keer kan worden geoogst. Maar ze zetten er nota bene bij, voor de buitenteelt van 116 planten. Nou, in een kas kun je misschien nog in de verkeerde veronderstelling verkeren dat er misschien wel landbouwplastic boven zit, maar dan heb je het rapport niet goed gelezen. Maar bij de buitenteelt, ja, basaler dan dit kan ik het niet maken. 
En de politie zit er gewoon finaal naast, want die zeggen dat je van tien twaalfde moet uitgaan, omdat het om tien maanden gaat, en niet om twaalf maanden. Maar er is nul komma nul gerealiseerd. En daar kan ik me over opwinden. En omdat ik me erover kan opwinden vind ik dat het ondeugdelijk is en dat er tekort is gedaan aan de rechten van cliënt.

Grove veronachtzaming van de belangen van cliënt op diens recht op een eerlijk proces, een Zwolsman criterium. Primair niet ontvankelijkheid om die reden.

Ik zeg erbij, en ik verwijs naar een uitspraak van de rechtbank Den Haag, die was ook ontevreden over de onderbouwing van de vordering ontneming. En in dat geval, het is natuurlijk een andere casus, maar in dat geval ging het om gehanteerde methodes die niet een goed en betrouwbaar beeld gaven van het voordeel. 
En de rechtbank zei van, ja, dan zouden we eigenlijk een heel nieuwe berekening moeten maken. Maar dat doet de rechtbank niet, die zegt: dat is een reden voor ons om de vordering af te wijzen.
Ook in de zaak van cliënt zouden we een heel nieuwe berekening moeten maken. Want datgene wat ons wordt voorgeschoteld geeft een onvoldoende betrouwbaar beeld van het voordeel. 
Zeven oogsten per jaar, gedurende twee jaar, is veertien oogsten, min die ene, dan zou je ongeveer op dertien oogsten uitkomen. Terwijl ik zeg: je kan er maximaal één hebben. En die nieuwe berekening is in de lijn van de rechtbank Den Haag reden om de vordering af te wijzen, dus dat is subsidiair wat ik bepleit: afwijzing van de vordering als het niet tot niet ontvankelijkheid komt.

Geheel subsidiair, maar ik zal dat kort houden, toch iets over het geschatte voordeel. Ik kan daar eigenlijk niet veel over zeggen want het rapport biedt geen enkel aanknopingspunt om daar nog iets over te zeggen. Maar als wordt uitgegaan van één oogst maximaal per jaar en we hebben het over twee jaar, 2009 en 2010, maar door 2010 kun je een streep zetten, want toen was de politie er al. 
En in 2009 zegt cliënt, toen heb ik eigenlijk niets gerealiseerd met de planten, spint had ik last van, ik heb misschien wat overgehouden voor wat eigen gebruik. Geen voordeel. Afwijzen.
Als we wel uitgaan van één oogst, en dat is uiterst subsidiair, ik kijk nog even of er nog een opmerking komt. Dan heb je het over planten, maar, 143 planten stonden er, geen verwarming, temperatuur gelijk aan de buitentemperatuur, geen gewasbestrijdingmiddel. En cliënt zegt: nou ja, de opbrengst ligt dan eerder -zonder daarmee te bekennen, dat hebt u in de verklaring kunnen lezen- ligt dan eerder bij de dertig dan bij de 300 gram, waar de politie van uit gaat.

En ik zeg daarbij: die verwijzing naar die rapportages, dat is mooi, maar die doen mij niet zoveel. Want de KLPD houdt op geen enkele wijze rekening met de wijze van teelt zoals cliënt dat heeft gedaan, denk aan de biologische kweekvorm. 
En Sensi Seeds, ja, het is een commercieel bedrijf, laten we dat niet vergeten. En als Sensi Seeds zegt dat er een opbrengst van, laten we zeggen, grofweg 300 gram kan worden gerealiseerd, dan doen ze dat ook in de hoop dat mensen die zaadjes kopen, omdat die zoveel kunnen opbrengen. 
Dus die zitten eerder aan de hoge dan aan de lage kant. En het is opmerkelijk dat de officier van justitie in de aanvang van zijn requisitoir aangeeft dat we hier te maken hebben met een andersoortige kweker, maar dat we daar uiteindelijk bij de berekening van de ontneming helemaal niets van terug zien.

Maar als je dan al ergens van moet uitgaan en je gaat uit van die dertig gram, dan kom je bij die 143 planten op vier kilo, afgerond. De bomen, de grote planten, komen daar nog bij, cliënt geeft aan het aantal kilo’s… en geeft daarbij overigens ook weer aan dat het van inferieure kwaliteit was, dus u merkt mijn worsteling ook, want hoe moet je dat dan in vredesnaam berekenen, als je verder niks aangeleverd krijgt. Ik kijk naar wat de politie dan maar als forfait aftrekt, 7868 euro. Alles bij elkaar meen ik dat je, uiterst subsidiair, dan niet meer kunt toewijzen dan een bedrag in de orde van grootte van 25.000 euro. En dat is aan de hoge kant. En er staat dertig op papier, maar dat komt omdat ik die 7000 in mijn pleitnota niet heb verwerkt.

Dat is dus een heel ander verhaal dan waar het Openbaar Ministerie van uitgaat. Maar ik voeg er nog iets aan toe. Ik verzoek u, als u al wat zou toewijzen, om de terugbetalingsverplichting op nul te stellen. En dat kan in gevallen op het moment dat je op voorhand al ziet: dit wordt niks, deze persoon is niet tot terug betalen in staat. Daar wordt niet vaak gebruik van gemaakt omdat er bijna altijd wel een mogelijkheid is dat iemand kan betalen. Maar dat is niet de reden in deze zaak. Ik wijs op een recente uitspraak van de rechtbank Noord Holland en daarin ging het om een aantal omstandigheden die maakten dat de rechtbank zei: we stellen die betalingsverplichting op nihil. 
Daar werd rekening gehouden met het lange tijdsverloop, in die zaak. Daar werd rekening gehouden met de leeftijd van de verdachte, de broze gezondheid en kort gezegd, de financiële problematiek die al speelde. Dat speelt bij cliënt niet. Het is andere casus, maar ook andere principes, maar toch ook weer parallellen.

Doede de Jong is geen geldwolf.  

 En je zou bijna haast anders moeten denken als je hier ruim vijf ton om je oren krijgt. Want dan moet je wel op geld belust zijn. Ik zou zeggen: dan hadden we daar iets van moeten merken, dat cliënt ruim in de slappe was zit. Niet iemand die op financieel gewin uit is, niet iemand die om die reden strafbare feiten pleegt. Als u cliënt al veroordeelt, dan kunt u het voordeel schatten, als u al tot een schatting kunt komen, maar gelet op de trage afhandeling, gelet op de principiële karakter, gelet op alle omstandigheden die ik u heb voorgehouden, verzoek ik u om dan de terugbetalinsgverplichting op nihil te stellen. En ook daarmee kunt u een signaal afgeven. Dank u wel.”

 Laatste woord Doede de Jong:
Doede “Ik wou nog wel even wat zeggen over dat er tachtig procent naar het buitenland zou gaan. Dat is dus een farce. Dat is in het programma Reporter op 2 maart 2012 op Nederland 2 van de KRO is duidelijk een politierapport getoond waarin staat dat tachtig tot 95 procent voor binnenlands gebruik was. 
Was dat niet zo geweest, dan hadden ze in het buitenland waarschijnlijk al lang een grote partij aangetroffen en dat is nooit gebeurd. Dus om dan maar steeds die leugen te herhalen, dat vind ik erg vervelend worden. 

En nou ja, dat heeft Tjalling al gezegd, in Amerika zijn bijvoorbeeld acht staten waar het ook gelegaliseerd zal gaan worden, er zijn er al twee staten waar het gelegaliseerd is, en 21 staten waar het medicinaal verkrijgbaar is. 
Je ziet dus rondom ons al de legalisering, en waarom mij dan nog in een soort achterhoedegevecht neersabelen? 
Ik bedoel, wat wordt de maatschappij daar beter van? Dus ik heb, ik weet niet of het de bedoeling is dat ik ook een verhaal mag houden?”

Voorzitter: “Dat mag. U heeft recht op het laatste woord.”
Doede: “Dit is mijn laatste woord?”

Doede en Kicky worden geïnterviewd door BNN (© Gonzo media)



Doede en Kicky worden geïnterviewd door BNN 

Gonzo media)

Rechter: “U mag zeggen, u mag reageren waar u nog op wil reageren.”
 
Doede: “Dan kan ik ook even een stuk lezen. Door de verkoop te gedogen, zevenhonderd kilo per dag en belasting te heffen op verboden wiet lokt de overheid de teelt zelf uit. De winst gemaakt in een coffeeshop noemt zij geen crimineel geld. 
Vervolgens gaat zij de aanvoer bestrijden. 

Je creëert dus eerst je eigen criminaliteit en gaat die vervolgens zodanig bestrijden waardoor deze alleen maar toeneemt, zodat je de repressie kunt intensiveren. 

De overheid voert dus in feite, ten koste van de samenleving, een gevecht tegen zichzelf. 
Een perpetuum mobile. De kwaliteit van de wiet gaat ondertussen door het riool, de consument en de kweker worden geofferd op het altaar van hypocrisie. En de samenleving kan dit waanzinnige miljarden kostende werkgelegenheidscircus betalen en dat in tijden van rigoureuze bezuinigingen. Om oud politiekorpschef Magda Berndsen te citeren: “de overheid heeft een monstrum gecreëerd”.

En zoals Einstein al stelde is een dergelijke manier van handelen, steeds een strategie volgen die precies leidt tot hetgeen je pretendeert niet te willen bereiken, een vorm van krankzinnigheid.

Herman Bolhaar, voorzitter van het college van procureurs-generaal (Foto: OM)

Herman Bolhaar, voorzitter van het college van procureurs-generaal (Foto: OM) 

In plaats van waardering voor mijn inzet volgt het O.M. de tactiek van Herman Bolhaar, hoofdambtenaar bij het Openbaar Ministerie. Namelijk de rand opzoeken. De verdachte, middels het buitenproportioneel opblazen van het bewijs materiaal, maximaal in het diskrediet brengen. 
Het stapelen van bewijsmateriaal om zodoende het hof te misleiden. Een verwerpelijke methode! Het is hun taak om bewijs op waarheidsvinding te baseren, niet om er maar wat op los te speculeren.

Ik ben in deze door de overheid gecreëerde tragedie de positieve factor, een betrokken burger.
 Ik zet mij via de media, krant en tv in, als het ware een handvat, voor opheffen van het verbod of minimaal legalisering om de impasse in de wiettragedie te doorbreken. Ik ben geen graaier, geldwolf of patser maar een boerenhobby kweker, een liefhebber en een tuinman. Geld is nooit de allesbepalende factor geweest. Ik heb niemand bedrogen, benadeeld of bestolen en ben niemand tot last geweest. Integendeel!

De intrinsieke waarde van de plant is het stimuleren van empathie, een genuanceerdere kijk op dingen, meer relativeren, kan je een beter inzicht in jezelf, je eigen bestaan en de wereld om je heen verschaffen. Het stimuleert de feminiene krachten in de maatschappij en wordt onder andere daarom ook zo bestreden, daar dit haaks staat op de dominator haantjescultuur.

Bovendien is het een geduchte concurrent van de farmaceutische industrie. Voor 1937 zat in veertig procent van de medicijnen cannabis verwerkt. Wiet of wietolie helpt tegen ontzettend veel kwalen, waaronder onder andere kanker. Het is een medicijnkast bij uitstek. Ronduit verbluffend! Legalisering kan een substantiële besparing in de zorg opleveren.
Als er dan ook maar één plant is waarvan het lijkt dat zij door de hemel gezonden is, dan is het wel marihuana. Een kosmisch geschenk, zowel op medicinaal als recreatief gebied. Deze plant als gevaarlijk te bestempelen is kortzichtig en grenst aan waanzin. 
Mensen de vele goede eigenschappen van deze nobele plant onthouden is een misdaad tegen de mensheid.

Helemaal als je mensen, die voor  medicinaal gebruik een paar planten in hun tuin willen zetten als overheid dit hen verbiedt en zodoende  dwingt om niet gewenste farmaceutische producten tot zich te nemen. Wiens belangen worden hier behartigd? 
Is het niet zo, dat het belang van de patiënt altijd voorop hoort te staan? Het is een schande hoe deze mensen worden behandeld.

Als je een ander willekeurig kruid verbiedt en de verkoop toestaat, dan krijg je exact dezelfde problemen. De door de overheid gecreëerde criminaliteit heeft op zich niets met de plant te maken.

Cannabis in oorlog met de wet. Het is ook geen oorlog tegen de plant, maar tegen de genieters.
En waarom? Wat is de winst?

Je kunt als overheid met die miljoen volwassen mensen, die boven of naast alcohol iets anders prefereren , namelijk wiet, op basis van wederzijds respect een dialoog voeren en het recht op zelfbeschikking respecteren, in plaats van hen te betuttelen en als stoute kinderen in de hoek proberen weg te zetten. Z
ij zijn nota bene met hun genieten niemand tot last. Wij zijn niet de vijand. De vijand zit bij de overheid tussen de oren!

In het kader van een betrokken samenleving is het sowieso verstandiger om in plaats van repressie, de dialoog te hanteren en het recht op zelfbeschikking te respecteren. Omdat een repressieve overheid  contraproductief, averechts werkt en leidt tot polarisatie en uiteindelijk tot slavernij. 
De dialoog zal  leiden tot wederzijds respect en begrip. Het woord samenleving zegt het al; in overleg met elkaar.

Waarom mag de coffeeshophouder onder het zogenaamde opportuniteitsprincipe opereren terwijl de kweker dat om duistere redenen niet mag? Hier wordt dus het gelijkheidsprincipe geschonden. Iedereen is voor de wet immers gelijk; artikel 1 van de Grondwet.

De Opiumwet is al minstens 30 jaar vervallen tot een dode letter. 
Ware dit niet zo geweest dan hadden de coffeeshops geen aanvoer meer gehad en hadden ze moeten sluiten, wat echter niet het geval is. De Opiumwet is tot dode letter verworden omdat hij haaks op de realiteit staat en omdat dat zo is dient de wet veranderd te worden en niet andersom.

Omdat de politiek het laat liggen, ondanks het feit dat 129 zetels in de Tweede Kamer beweren de coffeeshops open te willen houden, wordt u, ten koste van de samenleving tot een inconsistente, hypocriete, contraproductieve, illusoire en juridisch volslagen incorrecte rechtsgang -spagaat- gedwongen. Een dure symboolpolitiek!
Waarom niet oplossingsgericht denken in plaats van een contraproductief averechts repressief beleid volgen, wat steeds meer naar de afgrond leidt? De huidige wietbestrijding toont aan hoe de rechtbank is gepolitiseerd. Ik hoop dat de rechtbank zich niet van een middel om recht te krijgen laat gebruiken als een instrument om wraak te nemen.

Het recht dient namelijk  om de macht te beteugelen.

In zijn verhouding tot de politieke macht moet de rechter volgens de liberalen een toontje lager zingen! Vandaar dat zij voortdurend de rechtelijke macht proberen te ondermijnen. Het inzicht dat het recht dient om de macht te beteugelen is het fundament van de rechtsstaat. Let wel, dat onze politici de rechtsstaat steeds meer als een obstakel gaan zien.

Dit is het moment om van uw signaalfunctie, die u ook heeft, gebruik te maken. 
Volgens Geert Corsten, president van de Hoge Raad, zijn heilige motto, heeft u  de plicht om zo nu en dan te mishagen, ongeacht wat de goegemeente daar van vindt.
En dan wilde ik eindigen met een citaat van Spinoza:

‘Alleen hij is echt vrij die onder de leiding van de rede leeft.’ 


Daar wilde ik het bij laten.